De theologische soep aan onze godsdienstleraars opgediend

Interview door Thomas van Roger Burggraeve, Ilse Cornu en Thomas Knieps-Port le Roi over het Responsum

Thomas is de toonaangevende website voor leerkrachten godsdienst van het Vlaamse Katholiek Onderwijsnet, o.l.v. Prof. Dr. Didier Pollefeyt. Zowel hij als de geïnterviewden hebben belangrijke functies in de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. De eerste instantie is a.h.w. een “spin-off” of spreekbuis van de tweede en dus wordt dit interview als inhoudelijke ondersteuning aangeboden aan de leerkrachten Katholiek Onderwijs. De volledige tekst kan men nalezen op:

https://www.kuleuven.be/thomas/page/standpunt-vaticaan-homoseksualiteit/

28-10-2021

In deze theologische antwoorden stuit men op nogal wat betekenisvermengingen. Dit is een methodische aanpak die in de hedendaagse theologie veelvuldig wordt toegepast om de katholieke leer te conformeren aan het “hedendaags denken”, of wat als zodanig wordt gepropageerd. De nieuwe opvattingen worden gepresenteerd als “hoogst wetenschappelijk”, terwijl zij doordrenkt zijn van subjectiviteit. De christelijke invulling van het begrip “natuurwet” wordt schamper als ouderwets opzijgezet en vervangen door een modernistische visie op de mens, gepresenteerd als “personalisme”.

Hierin is nog weinig of geen plaats voor de zuiver geestelijke dimensies van het menszijn, terwijl de Evangelische moraal moet wijken voor de haast inquisitoriale prioriteiten van een “liefde” met flexibele wereldse betekenissen. Men kiest daarbij de betekenis die het meest aangewezen is om het vooropgesteld standpunt te ondersteunen. Zelfs de natuurwetenschap wordt geweld aangedaan, want men presenteert de menselijke seksualiteitservaring zo goed als statisch, terwijl dit wetenschappelijk zeer aanvechtbar is.

Daarenboven wordt de geestelijke dimensie, die de mens boven zijn dierlijke instincten en seksuele verlangens doet uitstijgen in het licht van Gods heilsplan en onze uiteindelijke bestemming, haast volledig buiten beschouwing gelaten. Het excuus hiervoor zijn de “nieuwe wetenschappelijke inzichten”, alsof de katholieke moraliteit daarop gebaseerd kan of mag zijn en niet op wat God ons voorschrijft vanuit Zijn plan met de mens. “Bovenal bemin een God” wordt in deze nieuwe theologie “bovenal bemin de mens” (zoals hij het liefst wil zijn). De nadruk komt meer een meer te liggen op utilitaristische “waarden”, zoals de persoonlijke genotsbeleving, gebaseerd op “nieuwe wetenschappelijke” inzichten, ter vervanging van de apostolische kerkleer die de facto als achterhaald verworpen wordt.

Op die manier belandt men in een radicale ontkoppeling tussen de natuurlijke bedoeling van seksualiteit (d.i. een duurzame voortplanting verzekeren) en de beleving ervan, te vergelijken met propaganda voor een dieet dat zich toespitst op onze smaakvoorkeuren, zonder rekening te houden met de gezondheidsconsequenties. Er wordt daartoe gebruik gemaakt van alle registers van het gesofisticeerd modernistisch denken en het resultaat is een allegaartje waarvan iedereen het zijne kan maken, vanuit zijn “goed gevormd geweten”. Niet te verwonderen dat de Europese landen waar dit modernisme zich ingenesteld heeft, de enige zijn waar het katholicisme op alle gebieden achteruitgaat (zie het rapport van het missieagentschap Fides dat op 24-10-2021 werd verspreid). Wie is er uiteindelijk nog geïnteresseerd in deze gecontamineerde theologische soep?

Hiertegenover zou ik o.a. willen verwijzen naar het genuanceerd en evenwichtig artikel van Br. René Stockman ter zake: zie

Hiertegenover zou ik o.a. willen verwijzen naar het genuanceerd en evenwichtig artikel van Br. René Stockman ter zake: zie

Hiertegenover zou ik o.a. willen verwijzen naar het genuanceerd en evenwichtig artikel van Br. René Stockman ter zake: zie: https://forumcatholicum.com/rome/10/ .

Laten we een aantal passages van dit interview onder de loep nemen. De antwoorden van het theologisch team worden cursief weergegeven.

“Sedert het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) groeide veel meer aandacht voor duurzame relaties, voor de verbondsliefde en dus voor de kwaliteit van samenzijn als “intrinsieke waarde”. Het kan daarom niet dat de liefde tussen twee mannen of twee vrouwen die goed voor elkaar zorgen, die trouw en liefdevol zijn, die in wederkerigheid en duurzaamheid willen samenleven en vaak ook kinderen opvoeden, objectief ongeregeld genoemd wordt.”

De waarde van de liefde tussen man en vrouw wordt al in Bijbelse tijden bezongen en o.a. in de brieven van St Paulus kan men lezen hoe de Kerk van bij haar aanvang het belang hiervan nog sterker heeft benadrukt. Het concilie heeft daar niets aan veranderd, maar dit verder uitgewerkt. Het responsum spreekt geen oordeel uit over het element “ware liefde” in gelijk welke relatie, maar herhaalt simpelweg het continue Bijbelse en katholieke standpunt dat homoseksuele handelingen ongeregeld en zondig zijn. Hier worden dus doelbewust twee begrippen door elkaar gehaald, alsof homoseksuele handelingen per definitie of in de eerste plaats liefdesuitingen zijn, in plaats van bevrediging van een lichamelijke begeerte.

“Volgens het responsum kunnen trouwens ook niet-homoseksuele relatievormen in de buurt van het huwelijk (bijvoorbeeld ongehuwd samenwonenden of mensen die na een scheiding met een nieuwe partner samenwonen of burgerlijk huwen) niet gezegend worden. De postsynodale exhortatie Amoris Laetitia (2016) bracht daarin nochtans – voorzichtig maar ondubbelzinnig – een andere benadering op gang en kijkt wel naar kwalitatieve aspecten in niet-huwelijkse relatievormen.”

Geen enkele kerkelijke instantie heeft ooit beweerd dat er geen kwalitatieve aspecten kunnen bestaan in niet kerkelijk aanvaarde relaties. Zoiets staat ook in geen enkele catechismus. Dat er daar waardering voor is en dat die tot uitdrukking komt in Amoris Laetitia betekent echter geen “legitimatie” van relaties die in tegenspraak zijn met de leer van de Kerk. Waarom zou zij toestanden moeten “zegenen”, die niet beantwoorden aan de idealen en voorschriften die zij, in opdracht van haar Stichter, moet onderwijzen, zoals de onverbrekelijkheid van het christelijk huwelijk? Bestaan er misschien voorbeelden van verenigingen die onderscheidingen uitreiken aan personen die bewust hun basisregels niet volgen? Zou zoiets geen aanleiding geven om die regels overboord te gooien?

“Het responsum maakt onderscheid tussen personen en hun relatie; individuele homoseksuele personen kunnen gezegend worden, hun liefdesrelatie niet. Maar als de mens – niet alleen vanuit de ervaring en vanuit de menswetenschappen, maar ook vanuit het bijbels-christelijk mensbeeld, vanuit de christelijke theologie, ethiek, spiritualiteit en liturgie – gezien wordt als een fundamenteel relationeel wezen, dan behoort ons relationeel leven per definitie ook tot de essentie van wie we zijn als persoon. Dit inzicht is trouwens de kern van het integraal-personalistisch mensbeeld. Een uitspraak doen over relaties is dus altijd ook een uitspraak over het wezen van mensen.”

Hier begint deze verwoede poging om het responsum te ridiculiseren, absurde dimensies aan te nemen. We mogen dus geen onderscheid meer maken tussen de mens en zijn relationeel leven, op straffe van ondermijning van een bepaald personalistisch discours. Bijgevolg moeten we aannemen dat als A en B een relatie hebben, deze relatie “tot hun essentie” behoort. Logischerwijze blijft er dan van A zowel als van B niet veel meer over als zij geen relatie hebben, of als hun relatie wordt verbroken. Dat betekent ook dat de “essentie” van iemand die een eerste huwelijk definitief vaarwel heeft gezegd, onherroepelijk is aangetast en dat mensen met opeenvolgende relaties opeenvolgende “essenties” hebben. Straffe ‘personalistische’ taal, met onwaarschijnlijk verreikende en elkaar tegensprekende consequenties.

“Die Kerk moet niet alleen ethisch nabij zijn, maar ook met genade en genezing. Dat lezen we niet in het responsum en dat is een gemiste kans. Het responsum verbergt zich achter een bepaalde interpretatie van de leer van de Kerk “om plaats te nemen op de stoel van Mozes” en “morele wetten toe te passen, alsof het stenen zijn om naar mensen te gooien” (AL 305).”

Wat betekent dat de “Kerk ethisch nabij moet zijn”? Volgens de hier gehanteerde logica zou dit betekenen dat de Kerk haar moraalleer moet aanpassen aan de plaatselijke of tijdelijke gangbare praktijk, want anders kan zij onmogelijk “nabij” zijn. Als zij dat niet doet, maar gewoon de christelijke moraalleer verkondigt (zonder die op te dringen), dan neemt zij volgens deze theologen “plaats op de stoel van Mozes”. Waar heeft die stoel in de Sinaï-woestijn ooit gestaan? Mozes verkondigde niet zijn eigen bedenksels, maar de wetten die hij van God zelf kreeg. Zij zijn helemaal niet bedoeld om ze als stenen naar mensen te gooien, maar om een rechtvaardige maatschappij op te bouwen, met gezonde zedelijke principes, door Christus vervolmaakt en door de Kerk verkondigd. Als men deze niet meer aanvaardt, dan staat men voor een geloofsconflict, maar dit vormt geen reden om met “theologische modder” te gooien naar een kerkelijke instantie die gewoon confirmeert wat de Kerk al 2000 jaar voorhoudt.

“De Kerk ontzegt dus aan deze relaties ‘alle goeds’ en ‘alle geluk’ en zelfs Gods liefde per se. Of zoals Ignace Verhack in Tertio (24-03-2021, nr. 1.102) nauwkeurig formuleert: “… de rooms-katholieke Kerk ontzegt aan de lichamelijke liefdesbeleving van niet-hetero’s alle objectieve, religieuze en nu ook liturgische legitimiteit”. Gelovige homoparen willen voluit hun relatie beleven onder Gods zegen maar ze worden hierin tegengehouden. Gezegend worden is meer dan erkend worden. Het betekent expliciet opgenomen worden in het goddelijk gebeuren. Daaruit ontvangen mensen ook kracht tot overgave, engagement en groei. Zo kunnen ze het goddelijk gebeuren op een eigen wijze mee incarneren, in vermogen én in kwetsbaarheid.”

Het theologisch discours schakelt hier een versnelling hoger. Men debiteert een emotioneel geladen betoog, waarin misschien zelfs sekteleiders die hun volgelingen willen uitnodigen tot een “goddelijke lichamelijke vereniging” inspiratie kunnen vinden. De meeste mensen bekommeren zich bij hun seksuele belevenissen helemaal niet over het feit of ze hiermee “het goddelijk gebeuren” incarneren. Het gaat immers in eerste instantie over een biologische belevenis, waaruit idealiter beide partners hormonaal gegenereerd plezier putten, gepaard met een hoge graad aan wederzijdse liefde.  Dit zijn intieme aangelegenheden die bezwaarlijk kunnen gebruikt worden als argumenten om een officiële zegening op te eisen en nog minder om de kerkelijke huwelijksleer uit te hollen. Men kan daar een godsdienstige invulling aan trachten te geven, maar die moet dan wel kloppen, d.w.z. dat aangetoond moet worden dat die handelingen beantwoorden aan Gods wil. Volgens Bijbel en Kerk is dat enkel zo wanneer zij kaderen in Gods plan met de schepping, waarvan het ontstaan en de voortplanting van de Godsbewuste mens het hoogtepunt zijn. De biologische basisvereisten hierbij zijn complementaire dualiteit en lichamelijke eenwording openstaand voor vruchtbaarheid. Homoseksuele daden passen niet in dat plan. (Cf.  https://forumcatholicum.com/de-crisis-van-het-huwelijk/ ).

“Het responsum zegt dat de Kerk niet de macht heeft om holebi-relaties te zegenen. Die onmogelijkheid wordt gelegitimeerd vanuit de natuurwet. Die wordt op haar beurt gefundeerd in een bepaalde lezing van de twee scheppingsverhalen. Maar naast en na de scheppingsverhalen zijn nog andere theologische, liturgische, ethische, spirituele en relationele benaderingen van huwelijk en seksualiteit mogelijk, bijvoorbeeld vanuit de verbondsgedachte, vanuit de H. Geest, vanuit de eschatologie.”

Het theologenteam raakt blijkbaar op dreef en schakelt zelfs nog een versnelling hoger. In één adem wordt er bijna de hele christelijke leer bij gesleurd, tot en met de H. Geest (die doorgaans in een theologische vergeethoek in “stand-by” positie moet afwachten tot hij geactiveerd wordt om ‘achtergebleven’ gelovigen de schrik op het lijf te jagen voor een zonde tegen Hem). Zij beseffen niet dat zij met zulke gezagsargumenten zich helemaal ongeloofwaardig maken, vermits iedereen weet dat de christelijke leer altijd het tegenovergestelde heeft verkondigd. Eschatologisch loopt de redenering helemaal mank, want seksuele relaties behoren tot onze aardse existentie (niet “essentie”) en, zoals Jezus ons leerde, zullen die in het hiernamaals niet meer bestaan (vermits er niet meer wordt gestorven en de voortplanting ten einde is). (Mt. 22:30, Mc. 12:25, Lk. 20:35).

“Het responsum gaat op de plek van God staan. Het lijkt alsof de opstellers van de tekst precies weten wat God gedacht en gepland heeft. Daarom zegt het dat de Kerk homoparen niet kan zegenen. Dit is een vorm van spirituele bypassing: bepaalde religieuze, theologische, spirituele en Bijbelse concepten worden gebruikt om bepaalde dieperliggende kwesties niet aan te pakken. Het lijkt alsof het responsum vergeet dat naast Bijbel en Traditie ook menswetenschappen en ervaringen, die door de rede getoetst en ontwikkeld worden, tot de fundamentele bronnen van moraliteit en van moreel oordelen en handelen behoren en daarin een onvervangbare rol spelen.”

Het culpabiliserend niveau wordt nog verder opgekrikt. Van de stoel van Mozes wordt het responsum naar de ‘plek van God’ gekatapulteerd. De opstellers van het responsum moeten vooral leren luisteren naar wat wereldse theologen te vertellen hebben over “dieper liggende kwesties”. De Kerk kan volgens deze laatsten alleen met voldoende gezag spreken nadat zij hen geraadpleegd heeft, ook als het gaat over leerstellingen die onveranderd tot de Bijbelse profeten teruggaan. Menswetenschappen, ervaringen en de rede worden uit theologische hoeden getoverd om, met goedkeuring van een universitaire ‘H. Geest’, aan te tonen dat al die profeten, patriarchen, kerkleiders enz., er minstens drieduizend jaar volledig naast waren.

“We zijn niet enkel aangewezen op de Openbaring die van bovenaf en buitenaf op ons afkomt om te ontdekken wat menselijk is in relaties, seksualiteit en liefde. Als de Kerk de inzichten van de humane wetenschappen en de steeds doorlopende ervaring van de mens (zowel individueel als collectief) niet ernstig neemt, riskeert ze dat de waarheid – die ze sinds de negentiende eeuw meent in pacht te hebben – naar een ‘onwaarheid’ kantelt. Dan komt het oude supranaturalisme weer om de hoek kijken. Dat zou dan duidelijk maken dat er bepaalde realiteiten – in dit geval homorelaties – zijn waarmee God niets vandoen heeft of wil hebben. Maar christenen zoeken naar God en ervaren Hem vanuit hun incarnatorisch geloof en vanuit een positieve visie op seksualiteit en liefde in alle aspecten van hun leven. Geen enkele dimensie van ons bestaan is principieel van God los en dus uitgesloten van zegening.”

We zien hier hoe de opgediende theologische soep meer en meer wordt aangevuld met buitenkerkelijke elementen, tot die de overhand krijgen. Met “wat menselijk is in relaties, enz.” kan men uiteraard alle kanten opgaan en tot en met de zwaarste misdaden ‘humaniseren’. Als de Kerk zich verplicht moet voelen al wat er op seksuologisch gebied geschreven en beweerd wordt, kritiekloos te aanvaarden kan zij beter haar deuren sluiten of zich omvormen tot een zoveelste NGO. Volgens deze theologen zou ze “sinds de 19e eeuw menen de waarheid in pacht te hebben”. Voor zover meestal wordt aangenomen, heeft zij dat echter op het godsdienstige vlak steeds gedaan, zoals alle andere geloofsovertuigingen trouwens. Zij is immers geen verzameling van waarheid zoekenden, maar van volgelingen van de Godmens die de Waarheid incarneerde en er zijn leven voor gaf. Als men voorts de redenering dat “geen enkele dimensie van ons bestaan principieel van God los is” consequent doortrekt, dan moeten we ook bv. pedofiele, incestueuze, polyamoureuze handelingen en dies meer daartoe rekenen. Zij zijn voor de betrokkenen een even “menselijke dimensie van hun bestaan” en komen bijgevolg in aanmerking voor een kerkelijke zegening.

“Daar komt de oude leer weer op de voorgrond: seksualiteit, zelfs in het huwelijk, wordt toch weer gelegitimeerd vanuit de voortplanting, in plaats van de eigen waarde en waardigheid van seksualiteit te erkennen voor en vanuit het verbond… Amoris Laetitia (2016) – zeker in hoofdstuk 4 – zit nochtans helemaal op de conciliaire lijn om liefdesrelaties in de eerste plaats van binnenuit te benaderen en dus te focussen op het verlangen van mensen om trouw, wederkerig, onverbrekelijk en duurzaam met elkaar om te gaan en samen te leven… Daarenboven spreekt Amoris Laetitia niet meer over zonde in het kader van niet-huwelijkse heterorelaties waarin de partners radicaal voor elkaar willen kiezen… Voor veel Westerse theologen is het helder dat deze benadering zonder meer ook op homoseksuele relaties van toepassing is, ook al maakt Amoris Laetitia zelf niet expliciet die link. Integendeel zelfs. In nummer 251 wordt een standpunt van de Congregatie van de Geloofsleer uit 2003 aangehaald, namelijk dat er geen analogie bestaat tussen homorelaties en het huwelijk tussen man en vrouw… Deze uitspraak doet enorm veel onrecht aan de ervaring van zovele trouwe homoparen. Geen enkele analogie zien tussen hun liefde en deze van heteroparen is heel wat anders dan zeggen dat we homorelaties niet volledig mogen gelijkstellen, zoals Amoris Laetitia aanhaalt in nummer 52.”

Is het zo dat een “verbond” automatisch waardigheid geeft aan de seksuele handelingen die ermee gepaard gaan? Heeft God met dat specifieke verbond iets te maken en waar of wanneer heeft Hij zich daarover uitgesproken? Als Amoris Laetitia niet meer expliciet over “zonde” spreekt bij de bespreking van niet-huwelijksrelaties, is daarmee de zondigheid hiervan afgeschaft? Moet wat geldt voor heterorelaties uiteraard ook op homorelaties van toepassing zijn? Is de niet-analogie tussen homorelaties en huwelijk enkel maar ‘een standpunt van de Congregatie voor de Geloofsleer uit 2003’? Betekent dit standpunt dat er geen enkele analogie kan zijn tussen de liefde van homo- en heteroparen? Op welke logica is dit besluit gebaseerd?

“Neemt de paus zelf een andere koers dan het responsum? Op 21 oktober 2020 ging Francesco in première op het filmfestival in Rome… Daarin spreekt Franciscus zich uit voor een burgerlijk samenlevingscontract van homoparen. Toch mogen we aan deze persoonlijke uitspraken geen grote doctrinaire waarde hechten. Op dat vlak zet de paus zeer traag, zeer voorzichtig en zeer aarzelend enkele stappen.”

Welke grotere of kleinere doctrinaire waarde kan de aanvaarding van de maatschappelijke of politieke regeling van homoverbintenissen hebben? Gaan we ook doctrinaire conclusies trekken uit de staatserkenning van moskeeën of geloofsgemeenschappen? Te pas en te onpas wordt deze paus voor de kar van het progressief establishment gespannen, via extravagante conclusies uit sommige van zijn uitspraken.

“Weet dat het persoonlijke geweten het hoogste gezag heeft als het verlicht, gevormd en dialogaal is (zie Amoris Laetitia 303). Op 24 maart 2021, … herinnerde de paus katholieke ethici, biechtvaders en missionarissen er aan dat de rede voorrang heeft op gezag en de geleefde realiteit van concrete mensen op theoretische principes. Daaruit maken we op dat paus Franciscus niet terug wil naar de eeuwige, onveranderbare waarheid van de leer, maar dat hij pleit voor een opening in de Kerk. Daarbij is hij heel voorzichtig en aarzelend, … Het is niet ondenkbaar dat hij een schisma wil vermijden waarbij aartsconservatieven hun weg gaan en de Kerk van de 21e eeuw de rug toekeren. Natuurlijk bestaat dan het risico dat progressieve gelovigen feitelijk afhaken en zo in een anoniem schisma leven. Waarschijnlijk wil de paus tegelijk rekening houden met de verschillende culturen en continenten waar homoseksualiteit nog altijd een taboe is. Vooral in Afrika is heteroseksualiteit zo diep geworteld in traditie en cultuur dat daar geen sprake kan zijn van homoseksuele relaties.”

Enkel de laatste zin geeft blijk van bedachtzame realiteitszin. De eerste zin is helemaal niet terug te vinden in Amoris Laetitia (cf.: https://www.rkkerk.nl/wp-content/uploads/2018/08/Postsynodale-Apostolische-exhoratie-Amoris-Laetitia-2016.pdf, p. 176.). Dat rede en geleefde realiteiten (soms, maar niet per se) voorrang kunnen hebben op gezagsargumenten en theoretische principes zal hier niet ontkend worden. Maar om daaruit af te leiden dat de paus afstand heeft genomen van de “onveranderbare waarheid van de leer”, moet men beroep doen op een theologische logica die voor de doorsnee sterveling niet toegankelijk is. Deze geïnterviewden nemen geen plaats op de stoel van Mozes, maar op die van Petrus, om openbaar te maken wat volgens hen de paus denkt maar niet zegt.

Slotcommentaar

Met dit betoog negeren deze bekende theologen het feit dat de legitimering van homoseksuele verbintenissen ten koste gaat van de waardigheid van het christelijk huwelijk. Zij weten nochtans maar al te goed dat hun voorstellen automatisch leiden naar de gelijkschakeling van alle moderne samenlevingsvormen. Sommige modernistische priesters gaan zelfs al zover om die doelstelling openlijk aan te prijzen in hun preken (eigen ervaring). Op termijn betekent dit het loslaten van de fundamentele betekenis van het kerkelijk huwelijk, hetgeen op zijn beurt kadert in de nagestreefde ontmanteling van “het kerkelijk instituut”. Een moraaltheologisch kaartenhuis, voorgesteld als rustend op wetenschappelijke en boven-dogmatische principes, wordt hiermee aan onze katholieke schooljeugd onderwezen.

Respect voor de homofiele medemens betekent niet dat we de negatieve aspecten van homoseksualiteit niet mogen of moeten onder ogen durven zien. Die zijn o.a. van medische aard (hoge soa-cijfers), sociaal (verstoring van het maatschappelijk weefsel gebaseerd op genetische verwantschap), psychologisch (hoge depressie- en zelfmoordcijfers), relationeel (verstoring van de seksuele verwachtingspatronen) en cultureel (zie bv. de opmerking over Afrika). Zou het ook niet goed zijn als modernistische denktanks eens wetenschappelijk zouden napluizen of homoseksualiteit geen ‘aards gebeuren’ is met heel variabele oorzaken, waarin het gedrag van nabestaanden of voorouders een belangrijke rol speelt?

Alle mooiklinkende theologische volzinnen ten spijt, geeft dit interview een realistisch beeld van wat smeult in de wegkwijnende West-Europese Kerk, eensgezind ontmanteld en uitverkocht door vooruitstrevende theologen en clerici. Hier wordt het onderhuidse schisma aangetoond dat door deze intellectuele elite werd ontketend. Vroeg of laat riskeert die etterbuil open te barsten, een catastrofe voor het West-Europees christendom, Rome incluis. Laten we bidden dat de resulterende implosie geen andere delen van de Wereldkerk ten gronde richt. Ondertussen dient de recent opgestarte “Synodale weg” als doekje voor het bloeden…

IVH

5 reacties op “De theologische soep aan onze godsdienstleraars opgediend”

Ik kan weinig begrip opbrengen voor jullie starre visie op homoseksualiteit in onze samenleving en kerk. Ik hou me bij het doorleefde gedachtegoed van Professor Burggraeve.

Like

Alle begrip voor je onbegrip, maar als u goed leest dan zal u merken dat wij niet ‘ons’ standpunt verdedigen, maar het continue morele standpunt dat de Kerk en haar Bijbelse voorlopers steeds hebben verdedigd en onderwezen en door vele gelovigen zo goed mogelijk wordt nageleefd, ook homoseksuele en gescheiden mensen.

Like

wat zijn die moderne mensen toch grote sukkelaars , moesten ze de gedicteerde Boodschappen van Hierboven , kennen , wat zouden ze raar kijken…en nog erger de dah dat ze hun oogjes zullen definitief sluiten…maar te laat is te laat , net zoals mr Godfried Danneels ….trop c’est trop mon vieux..

Like

Volledig akkoord met wat Ivo VH schrijft. Hoe katholiek zijn ze nog aan de Universiteit Leuven ? En wat willen ze ons nog allemaal inmasseren, tot we volledig “bij de tijd” zijn, en in feite ons katholiek geloof verlaten hebben ? — Mensen die ons graag “bij de tijd” willen brengen met het geloof komen ook graag af met “het geweten”. Het klopt dat we ons geweten moeten volgen, maar het moet wel een gevormd geweten zijn, waarbij we grondig kennis genomen hebben van het gefundeerde standpunt van de katholieke Kerk, dat gebaseerd is op de heilige Schrift, de traditie en de continue leer van de Kerk. Maar wat komt er in de praktijk dikwijls in huis van de vorming van dat geweten ? Niets. En dan volgen velen maar voorgekauwde standpunten die de trends van de dag volgen, waarbij godsdienst totaal irrelevant is.

Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s