De zoektocht naar de Waarheid

05-04-2022

“Wat is waarheid?” vroeg Pilatus aan Jezus, om Hem nadien op een leugenachtige wijze te laten kruisigen als would-be “Koning der Joden”. Nochtans had Jezus hem duidelijk uitgelegd dat Hij geen aardse koning was.

Heel veel mensen zijn overtuigd dat zij “de waarheid” kennen. Moslims denken bv. dat die volledig in de Koran te vinden is. Atheïsten beschikken over een heel gamma filosofen met markante formuleringen, waarmee zij hun doen en laten een denkkader en zin trachten te geven. Heel bekend is o.a. de stelling van Karl Marx dat “godsdienst opium voor het volk” is. Hindoes hebben hun Veda’s en andere heilige boeken die de geestelijke en materiële verschijnselen verklaren. Orthodoxe joden verdiepen zich gans hun leven in de studie van de Talmoed. Christenen baseren zich op de Bijbel, in het bijzonder het Evangelie…

Het lijkt er dus op dat veel mensen ervan uitgaan dat “de Waarheid” gebaseerd is op iets dat ergens neergeschreven werd. Vermits een gewone sterveling niet in staat is om al het geschrevene te lezen, te verwerken, te vergelijken en er dan nog eens concrete besluiten uit te trekken, laten de meesten zich vooral leiden door wat hen in hun jeugd is aangeleerd, terwijl anderen hun vertrouwen leggen in de heersende opvattingen binnen hun maatschappij. Sommigen verkiezen een meer opportunistische houding en gaan gewoon voort op wat zij her en der vernemen. Bij een minderheid staat heel hun leven in het teken van een consequente zoektocht naar het waarachtige, dat de ogen opent voor wat edel, schoon en heilig is.

Alle waarheden, geschreven of niet, hebben een wisselwerking hebben met ons innerlijk leven. Of men al of niet gelooft in een leven na de dood, kan bv. een grote invloed hebben op belangrijke levensbeslissingen. Anderzijds kan de zoektocht naar waarheid enkel goede vruchten afwerpen als we erin slagen ons voldoende te distantiëren van eigenbelang, vooroordelen, verkeerde objectieven, enz. De huidige “welvaartsmensen” worden op hun zoektochten gedurig afgeleid door oppervlakkige prietpraat en reclame, waarvan de media suggereren dat dit leidt tot een optimale bevrediging van hun behoeften. Maar is het niet eerder zo dat in die kakofonie de mens zijn beste wapens verliest ter behoud van zijn intellectuele en morele integriteit: wijsheid en gezond verstand? In die geestverwarrende omstandigheden wordt hij geleid door “opiniemakers”, die dikwijls zelf beheerst worden door leugenachtige geesten die hun ziel vergiftigden.

De sleutel tot echte waarachtigheid ligt immers in ieders ziel, zo leert ons het christelijk geloof. Maar hoeveel van onze tijdgenoten beseffen nog goed dat zij een ziel hebben? Hoeveel mensen rondom ons houden rekening met de grondwaarheid die Christus 2000 jaar geleden onderwees: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van elk woord dat komt uit de mond van God”? (Is dat niet het juiste antwoord op de misleiding van Marx?). In de moderne werkelijkheid zijn het voornamelijk de monden die op radio, TV of via andere media het hoge woord voeren, die de massa’s in beweging zetten en hun gevoelens bespelen. De verkondigde waarheid is die van de toonaangevende kanalen en zelfs in de meest democratische context kan veelal niemand met precisie zeggen hoe en volgens welke prioriteiten, belangen of criteria die toegewezen worden.

Maar zijn we onbewust zelfs niet op het verkeerde spoor wanneer we denken dat we naar de waarheid zoeken? Als men dieper graaft dan lijkt het er meer op dat wij niet zozeer op zoek zijn naar “De Waarheid”, maar eerder naar “Het Ware Geluk”. Ergens in het diepste van ons trachten we constant “de weg naar het ware geluk” te vinden. Sommigen hopen dat “de wetenschap” die zal aanwijzen. Anderen zijn overtuigd dat hij bereikt wordt door een zo groot mogelijke materiële welstand. Nog anderen zoeken ernaar in een gesublimeerde “liefdesrelatie”, of in de “natuur”, in “geestverruimende” middelen, in de adrenaline van topprestaties, in de roem, de onbeperkte individuele vrijheid, …

Daarover verder nadenkend, rijst de vraag: “wat is het ware geluk?” Bestaat zoiets wel? Het antwoord hierop zullen we zeker niet vinden in wetenschappelijke verhandelingen, ook niet in theologische. Maar wie er zich eerlijk voor open stelt, weet dat de weg naar de waarheid en het echte geluk wel degelijk bestaat. Men vindt die in Hem die zichzelf met recht en reden “De Weg, de Waarheid en het Leven” heeft genoemd. Dat heeft Hij niet bewezen met theologische traktaten of opzienbarende wetenschappelijke ontdekkingen, maar door zijn leven en voorbeeld, waarin woord en daad één waren, bezield met een Liefde die alles overstijgt en alles mogelijk maakt. Hij leerde ons dat liefde en offer onafscheidelijk zijn, dat we elkaars lasten moeten dragen, dat wie de grootste wil zijn zich nederig ten dienste van de kleinsten moet stellen, dat we ons moeten vervolmaken in het licht van Gods geboden, dat we ons kruis met licht gemoed moeten dragen, dat “als de graankorrel niet in de grond valt en sterft” hij geen vruchten kan dragen, …

De waarheid die de mens onder ogen moet leren zien is dat de weg naar duurzaam geluk meestal niet de plezantste of gemakkelijkste is. Soms kan hij zelfs meer weg hebben van een beproeving. Zoiets botst frontaal met al wat ons van kindsbeen als ideale doelstellingen wordt voorgeschoteld: carrière, succes, geld, seksuele bevrediging, … Hoeveel schatrijke beroemdheden die dat alles in overvloed hadden bereikt, hebben aan hun succesvol “gelukkig leven” niet een voortijdig einde gemaakt? Is dat geen bewijs dat zij niet leefden in een sfeer van waarheid, maar verstrikt raakten in de netten van degene die Christus “de Vader van de leugen” noemde? Deze aartsleugenaar bespeelt constant de duistere kanten en interne zwakheden waarmee we allen, bewust of onbewust, te kampen hebben. Hij verkondigt exact het tegendeel van Jezus’ woorden aan Nikodemus: “Maar wie handelt naar de waarheid, komt tot het licht, opdat van zijn daden moge blijken dat zij in God zijn verricht.” (Joh. 3:16-21).

Op de achtergrond of – om het freudiaans uit te drukken – ergens diep in ons onderbewustzijn speelt nog een andere factor: een sluimerend heimwee naar een paradijselijke toestand waarop we het “mensenrecht” verloren hebben. Diep in ons schuilt de behoefte aan een ideale wereld of toestand, die even onbereikbaar blijft als een fata morgana. Soms kan die behoefte naar boven borrelen als een onbepaald en vaag verdriet zonder specifieke oorzaak. In de dieptepsychologie zal men dit misschien verklaren als een latente herinnering aan ons leven in de moederschoot en in zekere mate kan dit juist zijn. Maar gekaderd in een ruimere metafysische beschouwing, staat de foetale toestand symbool voor een “aards paradijs, waarin we ons geborgen en bemind voelen, zonder pijn, stress of angsten, met alles ter beschikking wat we nodig hebben”.

In deze context willen niet ingaan op de vraag of zulke paradijselijke toestand ook buiten de moederschoot ooit bestaan heeft. Voortgaande op de paradijsverhalen die in uiteenlopende culturen te vinden zijn (*), lijkt de herinnering hieraan in ieder geval nog steeds aanwezig in het collectief onderbewustzijn van het mensdom. Maar daarover praten we elders (o.a. in de rubriek Creatieve Evolutie). Hier gaat het over de kern van de paradijservaring en de basis van waarachtig geluk. “Zich echt bemind weten”: dat is hiervan zowel de onvervangbare voedingsbodem als de bron. Als daar iets ernstigs aan ontbreekt, is menselijk geluk gewoon onmogelijk. Dan zijn we geestelijk gesproken stervende aan emotionele uitdroging en is het haast onmogelijk om zelf nog waarachtige liefde te hebben en te geven.

Zo ontdekken we, dieper gravend, dat onze zoektocht naar de Waarheid die de realiteit in en om ons beheerst, niet zomaar een uiting is van instinctieve nieuwsgierigheid is naar verstandelijke verklaringen. In feite is deze “queeste” innig verweven met onze behoefte naar geluk. En tenslotte zien we in dat het waarachtig geluk enkel te vinden is in een gedeelde en echte Liefde (waarvan de moederliefde een sprekend voorbeeld is). Zoiets groots en mysterieus als echte liefde kan men niet delen met een concept of een sluitende theorie, maar enkel met een levend wezen dat onze liefde beantwoordt. De wetenschap speurt en vindt antwoorden op de vragen naar het “hoe” en de oorzaken van de werkelijkheden. Maar zelfs als alle antwoorden hierop gevonden zouden worden, zullen we “naast de kwestie” hebben geredeneerd en achterblijven met een onvoldaan gevoel. Veel belangrijker voor ons innerlijk welzijn zijn de “waarom” vragen: deze die een antwoord geven op onze bekommernis over de bedoeling van ons korte aardse leven, getekend door pijn en onvrede.

Daarmee geconfronteerd moeten wij onvermijdelijk de grens overschrijden tussen rationaliteit en geloof. Als we echt tot de kern willen doordringen van de vraagstukken die ons diepste zijn aanbelangen, belanden we op een domein waarin rationaliteit ons niet verder helpt als we geen beroep doen op spirituele werkinstrumenten, zoals intuïties, droomverklaringen, interpretaties van natuurfenomenen of wetenschappelijk onverklaarbare verschijnselen, onderscheiding van ware en valse geesten, vertrouwen in het leergezag van bepaalde personen uit het verleden of het heden, … In dat geestelijk landschap zonder materiële referentiepunten, brengen “wetenschappelijke inzichten” ons eerder op een dwaalspoor. Dat merken we bv. goed in het huidige debat dat onze westerse kerkgemeenschap verdeelt over het al of niet inzegenen van homokoppels, waarbij “progressief” geschermd wordt met “nieuwe wetenschappelijke inzichten”. Christelijke standpunten zijn gebaseerd op Gods woord en de overlevering hiervan. Slechts in beperkte en secundaire mate kan dit voorzichtig ondersteund of aangevuld worden door hetgeen in een bepaalde periode of plaats als “wetenschappelijk” wordt aanvaard.

Samenvattend kunnen we dus stellen dat – willen we vooruitgang boeken op deze wezenlijk belangrijke zoektocht – we geloofskeuzes moeten maken uit een breed aanbod van gelovige standpunten. De waarachtigheid van wat wij geloven en belijden wordt niet bereikt met louter rationele of wetenschappelijke middelen, maar blijkt o.a. uit de interne samenhang van de aangenomen leer. Als de menselijke en dus historische bron hiervan die leer in daden heeft omgezet en als blijkt dat dit alles bezield werd door wat de enige zuivere bron van vreugde en levensmotivatie is, namelijk de Liefde, dan zitten we met voldoende waarschijnlijkheid in de juiste richting. Voor de gelovige christen is de conclusie zonder meer duidelijk: in de historische voor ons allen gekruisigde Christus en in Hem alleen vinden we de bevredigende antwoorden op onze diepste vragen en verlangens.

IVH

(*) Interessant bv. is de commentaar bij een tentoonstelling van de Nederlandse archeoloog Tom Buijtendorp, in het museumpark Orientalis vlakbij Nijmegen. Dit lijkt zeer waardevol, zonder dat hiermee gezegd is dat alle vermelde interpretaties kritiekloos moeten worden aanvaard. Zie: https://www.trouw.nl/religie-filosofie/het-paradijs-is-een-oerverhaal-met-steeds-een-ander-sausje~b33023d2/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F . Het boek van Tom Buijtendorp over dit onderwerp: Het ware paradijs. Op het spoor van een verloren ontdekking. Uitg. Omniboek, 2019, Paperback. ISBN: 9789401915618.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s