Een test-case: de Adamische Hypothese

En wat met de Bijbelse Eva?

We kunnen dus stellen dat onze huidige wetenschappelijke standaarden en gegevens geen hinderpaal vormen voor Adams historiciteit. Maar wat met Eva? Het onderzoek van menselijke mitochondriën leidde, zoals vermeld, tot de conclusie dat onze meest recente gezamenlijke oermoeder veel vroeger leefde dan de culturele explosie. Een logisch antwoord hierop is dat onze “Adam” blijkbaar nog andere vrouwen gekend heeft, die afstamden van de mitochondriale oermoeder die in een ver verleden ergens in Oost- of Zuid-Afrika leefde. Dit klopt eigenlijk niet met de Bijbelse voorstelling van het eerste mensenpaar, maar een alternatieve en even aannemelijke verklaring kan zijn dat hun mannelijke nakomelingen vrouwen zochten die niet van Adam afstamden, de ongeschreven natuurwet volgend dat incest te vermijden is. We leren we uit dezelfde Bijbel dat de latere aartsvaders meerdere vrouwen hadden en zelfs gemeenschap hadden met slavinnen: veelwijverij was in vroegere tijden heel courant.

Bij de meeste volkeren uit de Oudheid hadden mannen in een vooraanstaande positie een “harem” bestaande uit meerdere vrouwen. Zelfs nu nog is dat in meerdere culturen of volkeren het geval. Een gelijkaardige “maatschappelijke ordening” zien we zelfs bij hogere zoogdieren, inzonderheid bij primaten. Alle feministische fabels ten spijt, waren matriarchale maatschappijen in het verre verleden klaarblijkelijk volledig onbestaande en zijn ze zelfs in recentere tijden met een vergrootglas te zoeken op de wereldkaart. Wat het klassieke monogame echtpaar betreft: dit behoort grotendeels tot onze christelijke cultuursfeer (en onder invloed hiervan ook deels in de joodse cultuur). Zij is voor de christenen gebaseerd op de huwelijksleer van Christus, die naar “het begin” verwees en de oorspronkelijke bedoeling van God met ons eerste ouderpaar.

Om hier dieper op in te kunnen gaan is een vruchtbare benadering van de Bijbel nodig, hetgeen enkel kan gebeuren vanuit een juiste kijk op de “De Gewijde Geschiedenis”. De Bijbel is “gewijd”, aangezien het hoofdkarakter ervan religieus is, maar daarenboven is het een “geschiedenis”: deze van de relatie tussen God en de mensen. We moeten afstappen van de huidige exegetische tendens om de H. Schrift als een overwegend literair genre te benaderen, waarvan de verhalen willekeurig ontdaan mogen worden van hun geschiedkundige ondergrond. Ook de Scheppingsverhalen moeten we trachten te situeren in een realistische antropologische context. Met die bril gelezen, leert de H. Schrift ons dat Adam en Eva een ongelooflijke en alles transformerende ontdekking hebben gedaan: niet die van het “ultieme paradijs”, maar van de Schepper van al wat leeft.

Zij werden zich ook bewust dat hun uitzonderlijke gaven niet “gratis” waren, maar dat zij een grote verantwoordelijkheid meebrachten, niet alleen voor hun leefomgeving, maar ook en vooral voor hun eigen nageslacht. Met anderen woorden: zij beseften de gevolgen van hun seksueel gedrag en dit betekende de aanvang van een volledig nieuw evolutionair gegeven. Hun beslissingen en daden in dat verband hadden een directe en grote impact op de verdere menselijke evolutie, die – zoals de Bijbel te kennen geeft – in henzelf haar door God gewilde hoogtepunt had bereikt. Een monogame echtelijke verbinding bestendigt hun gemeenschappelijke uitzonderlijke eigenschappen. Als men het zo bekijkt, dan kan dit een begrijpelijke reden geweest zijn waarom onze vroegste voorouders voor een monogaam leven kunnen hebben gekozen, in tegenstelling tot de polygynie die hoogstwaarschijnlijk binnen de toenmalige mensenstammen courant was.

Het strenge christelijk verbod op polygamie sluit perfect aan bij de Bijbelse beginverhalen, omdat het leidt naar gezinscellen, waarin trouw, samenhorigheid, gelijkwaardigheid van de geslachten en gezamenlijke opvoedkundige bezorgdheid belangrijke criteria zijn die het succes ervan bepalen, met grote voordelen voor de nakomelingen. Afgaande op Genesis, kan Eva beschouwd worden als een vrouw waarvan de genetische eigenschappen en de daaruit voortvloeiende kwaliteiten sterk verwant waren met die van Adam: “Deze is werkelijk vlees van mijn vlees” (Gen. 2:23). De (vooralsnog onbewezen) aanname van een “monogenese” vanuit dit ouderpaar, geeft in ieder geval een goede verklaring voor de stevige genetische verankering van hun nieuwe “culturele en verstandelijke capaciteiten” in het algemene erfelijk bestand van de mensheid. Maar we mogen hierbij niet uit het oog verliezen dat de Bijbelse Eva moeilijk of niet kan gedateerd worden via mitochondriale studies. Haar precieze rol in de gebeurtenissen in het paradijselijke Eden zal misschien voor altijd even mysterieus als belangrijk zal blijven. Naar analogie met Paulus kunnen we wel spreken van Maria, de moeder van Jezus, als “de tweede Eva”, gehoorzaam haar rol vervullend in Gods plan tot verlossing van de mensheid. (5)

Als compromis bij deze voor sommigen misschien fundamentalistisch klinkende bedenkingen, kunnen we stellen dat volgens de Bijbel Eva wel degelijk de enige echtgenote was van Adam, maar dat zij eventueel na de zondeval de status van hoofdvrouw kan hebben gekregen. Uit dezelfde Bijbel kunnen we in ieder geval afleiden dat de oorspronkelijke monogamie al vlug verlaten werd. Binnen de nieuwe stammen en latere volkeren ontstonden er bijgevolg grote ongelijkheden tussen bevoordeligde mannen die over grote aantallen vrouwen beschikten (cf. koning David) en anderen die zich misschien levenslang geen vrouw konden veroorloven. Monogamie vermijdt deze verdelende situaties en leidt naar meer stabiele en samenhorige maatschappijen, waarin de gelijkwaardigheid van alle leden ervan een voorname betrachting is.

De omslag van een biologische naar een religieus-culturele levenswijze

Welke genenverandering in het menselijk brein de nieuwe mogelijkheden tot symbolisch denken introduceerde, zal toekomstig onderzoek misschien achterhalen. In ieder geval is het duidelijk dat relatief recent in de loop van de evolutiegeschiedenis een nieuw mensentype ontstond met superieure verstandelijke kwaliteiten. Deze stelden de nieuwe mens in staat om over te schakelen naar een grotendeels symbolische denkvorm en schonken hem een hoger bewustzijn. Het eerste ging hoogstwaarschijnlijk gepaard met de vlugge ontwikkeling van een gesofisticeerd spraakvermogen en taal. Dankzij het tweede slaagde de nieuwe mens erin om de verborgen geestelijke dimensie van alle leven te achterhalen, te beseffen dat hij een schepsel was, zich bewust te worden van de Schepper en zelfs in contact met Hem te treden.

Dit leidde op zijn beurt tot een gans nieuwe en “culturele” levenswijze, waarin de mens zijn daden soms wel en soms niet op Gods wil afstemde (in een gedegenereerde vorm op goden of geesten), met een fluctuerend bewustzijn van zijn verantwoordelijkheid als hoofd van de levende schepping. Sindsdien maakten de mensen tijd vrij voor andere noodwendigheden dan deze van hun biologische “struggle for life” en verrichtten zij daden die met de geestelijke zin van hun leven te maken hadden. Kloppend, gravend, kervend, bakkend, schilderend, …, uitten zij hun esthetische, existentiële en religieuze gevoelens in ‘kunstvormen’, die aan hun nazaten iets vertellen over wat belangrijk was in hun leven en hun geest.

IVH

(1) Het monogenisme sluit aan bij het Bijbels concept van een gemeenschappelijk eerste ouderpaar voor alle hedendaagse mensen. Het polygenisme gaat uit van verschillende ontstaanskernen voor de moderne mens, die zich geleidelijk hebben vermengd.

(2) https://www.kuleuven.be/emeritiforum/em/Forumgesprekken/2011-2012/230212/tekst-overijse-2012-p-7-30.pdf

(3) Y-MRCA en mitochondriale Eva: Het eerste is het resultaat van het onderzoek op de Y chromosomen in DNA stalen van mannelijke vertegenwoordigers van een zo divers en representatief mogelijk aantal bevolkingsgroepen en berekeningen gebaseerd op de geschatte mutatiesnelheid hiervan. Het tweede is het resultaat van een gelijkaardig onderzoek van de mutaties binnen de mitochondriën van personen uit verschillende bevolkingsgroepen. Mitochondriën zijn de kleine “energiefabriekjes”, die zich als organellen in het citoplasma van vrijwel alle cellen van het menselijk lichaam bevinden.

(4) Cf. Brian Dias en Kerry Ressler: Parental olfactory experience influences behavior and neural structure in subsequent generations, Nature Neuroscience (december 2013). DOI:10.1038//nn.3594.

(5) Naar aanleiding van de feestdag van O.L.V. verklaarde Paus Franciscus in 2019 dat de titel “Medeverlosseres” niet past voor Maria en dat zijzelf dit niet wil. De omschrijvingen die volgens de paus het best bij haar passen zijn: Moeder, Vrouw en “Mestiza”. Het laatste slaat op het feit dat zij God tot “mesties” maakte, God en mens tegelijk in Christus, haar zoon en Leermeester.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s