Eenzaamheid

17-06-2013

“L’enfer c’est l’Autre”: een zeer bekend citaat uit het theaterstuk Huis Clos vanJean-Paul Sartre. Het reflecteert een existentiële realiteit waarmee nogal wat mensen worstelen. Maar er is in onze westerse werkelijkheid een veel groter pijnpunt, dat deze bewering als het ware tegenspreekt. De voedingsbodem hiervan is doordrenkt met de ideologie van de verlichting, waarvan de vernoemde filosoof en Nobelprijswinnaar een illustere exponent was.

De confrontatie met onze medemensen, symbolisch “De andere” genoemd, verloopt zeker niet altijd van een leien dakje en leidt soms tot helse toestanden. Maar erger nog is de situatie van zij die de leegte ondervinden van het ontbreken (fysisch of mentaal) van “anderen” die hun leven vullen en zin geven. Een van de absurde kanten van zulke situatie is dat zij veelvuldig voorkomt op plekken, zoals onze grootsteden, waar het krioelt van “anderen”. Tussen de stenen en het beton van de straten dolen eenzamen rond, gekweld door een innerlijke kilte, terwijl de wanhoop van anderen verstopt blijft binnenshuis, achter de zwijgende façades van onze jachtige en schreeuwerige steden. Zelfs mensen die omringd zijn door een grote familie vallen soms ten prooi aan hetgeen we gerust de hoofdkwaal van onze materialistische “beschaving” mogen noemen. Zij leven in een afgezonderde gedachte- of gevoelswereld die niet past bij deze van hun omgeving en vinden de juiste communicatiekanalen niet om hun gevoelens of ideeën te uiten.  De “anderen” zijn gewoon te anders, te onverschillig of te onbereikbaar.

 “Recent onderzoek van de Thomas More Hogeschool en het Centrum voor Longitudinaal en Levensloop Onderzoek van de Universiteit Antwerpen wijst uit dat ruim een kwart van de bevolking zich eenzaam voelt door een gebrek aan sociaal contact.” (bron: humo.be). “Bijna een op de drie ouderen voelt zich wel eens eenzaam en een op de tien voelt zich zelfs erg eenzaam.” (bron: Volkskrant.nl). “Depressie veroorzaakt door eenzaamheid, groeit uit tot een wijdverspreide epidemie onder Britse jongeren tussen de 18 en 34 jaar. Britse gezondheidsorganisaties trekken aan de alarmbel, vooral jonge vrouwen zijn het slachtoffer.” (Bron: hln.be) … Men kan gemakkelijk een boek, of zeg maar boeken of misschien zelfs een kleine bibliotheek, vullen met de verhalen en commentaren over eenzaamheid in onze zogenaamde welvaartsstaten. Niet alleen depressies die soms uitmonden in zelfmoord, maar ook gevaarlijke lichamelijke aandoeningen zoals hartziekten en borstkanker kunnen volgens studies er het gevolg van zijn.

Wie ervaring heeft met bezoeken in bejaardentehuizen weet uit ondervinding hoeveel oudjes er wegkwijnen zonder ooit bezoek te krijgen van hun kinderen of nabestaanden. Hoeveel mensen vinden geen rust meer nadat zij, zonder dat hen enige schuld treft, door hun partner verlaten werden? We moeten echt onze ogen sluiten of verblind zijn door het eigen maatschappelijk succes om de eenzaamheid niet te merken waaronder bepaalde mensen in onze omgeving lijden. Bij bevolkingen die enkel kunnen dromen van de fantastische materiële mogelijkheden waarover wij beschikken, is er nochtans veel minder te merken van dit verschijnsel. Er is meer communicatie, meer betrokkenheid, meer solidariteit. Hoe valt zulks te rijmen?

Onderzoekers maken hoofdzakelijk een onderscheid tussen twee verschillende vormen van eenzaamheid: de sociale en de emotionele, beiden met hun specifieke oorzaken en mogelijke therapieën. Hierbij wordt echter een andere vorm van eenzaamheid vergeten, namelijk de metafysische, die ontstaat uit een andere oorzaak: de ideologische verwarring en de innerlijke onzekerheid waarin de moderne mens verzeild is geraakt. Als men de moed heeft om dieper te graven, dan merkt men zelfs dat de metafysische eenzaamheid de broeihaard of katalysator is van heel wat sociale of emotionele eenzaamheid. Zij gaat gepaard met een leegtegevoel dat vergelijkbaar is met dat van een weeskind: een nood die het gevolg is van het gebrek aan contact met de wezenlijke bron van ons bestaan. Dit is een van de redenen (en misschien wel de voornaamste) waarom eenzaamheid aanzienlijk minder voorkomt bij armere of minder “ontwikkelde” volkeren, die het geloof dat het cement is van hun gezamenlijke identiteit niet verloren hebben. Eenzaamheid bij ons is voor een groot deel te wijten aan de alomtegenwoordige cultuur van zinloosheid, waarin de dood wettelijk en sociaal aanvaard wordt als de eenvoudigste oplossing voor alle problemen waarvoor we geestelijk of moreel geen oplossingen meer kennen. (Cf. de op tafel liggende voorstellen voor uitbreiding van de Belgische euthanasiewet).

Sartre beschouwde het bestaan van God als iets dat onmogelijk was, vermits het niet paste in het filosofisch geheel dat hij had uitgebouwd. Zijn logische conclusie was dat de mens over een radicale vrijheid beschikte. De waarden die de mens aanhangt worden enkel en alleen door hemzelf bepaald. Deze filosofische stelling heeft een grote invloed uitgeoefend op het denken van onze tijdgenoten. Het gevolg is dat velen nu leven, of trachten te leven, volgens “waarden” die willekeurig door hun brein, driften of spontane emoties worden gedicteerd. In de aldus ontstane kakofonie van visies en levensconcepten blijft tenslotte slechts één stelregel overeind als alleenzaligmakend bindmiddel: de wiskundige wet van de meerderheid. De stabiele moraal gestoeld op godsdienstige overtuiging maakt plaats voor een staatsmoraal, uitgebroed door de denktanks van wisselvallige meerderheden, veelal gevormd dankzij de media, die zelf gestuurd worden door hen die er de touwtjes van in handen hebben. Die staan doorgaans in nauw contact met hen die aan de macht zijn, hetgeen de tijdelijke cirkels rond maakt. Hieruit ontstaat tenslotte wat binnen onze schijndemocratieën als “politiek correct” wordt aanvaard en voorzien van juridische “stokken achter de deur”, ter attentie van hen die er anders over durven denken.

Het is duidelijk dat een dominerende staatsmoraal, die zich baseert op willekeurigheid en metafysische zinloosheid, niet geschikt is om algemeen aanvaarde leefregels en een solidaire maatschappij te creëren, waarin mensen zich niet slechts oppervlakkig met elkaar verbonden voelen. De moraal die we, luchtig en goed verpakt, als het ware terloops, via onze nationale zenders krijgen opgediend, is schijnbaar tolerant, maar in feite maatschappijontbindend op vele vlakken. Gezin, familie, kerkgemeenschap, al wat bevorderend is voor een samenleving waarin men lief en leed met elkaar deelt, wordt er door aangetast. In een wereld waarin iedereen zogezegd zijn eigen waarden kan bepalen, gelden tenslotte de wetten van het “eigen ik eerst” en van “de sociaal sterkste”. Het wordt een maatschappij van “losers” en “winners”, waarin de belangstelling en de media zich vooral concentreren op de laatste, terwijl de eerste gemeden of vergeten worden. Glitter en inhoudsloze show, dwaze en vulgaire praat, bepalen er de sfeer. Uiterlijke schoonheid, rijkdom en succes zijn er de aanbeden afgoden, waaraan de weerlozen en zij die niet meedraaien in de maatschappelijke mallemolen ten offer worden gebracht. Toenemende eenzaamheid, verborgen armoede en steeds grotere opvoedingsproblemen zijn de begeleidende verschijnselen, alle sociale lapmiddelen ten spijt.

Toen Jezus Christus ons aardse leven deelde, in een uithoek van het Romeinse Rijk, was er ook veel miserie. Dat rijk herbergde toen ook een culturele kakofonie, die na de eerste keizer Augustus beheerst werd door elkaar steeds sneller opvolgende machthebbers. Tegenover de schijnvrede van de “Pax Romana”, gebaseerd op staatsgeweld, onderwees Hij de wetten van de authentieke Liefde, magistraal verwoord in zijn Bergrede. Hij beloofde geen gouden tijden op aarde, zoals gebruikelijk in een politiek discours, maar reinigde de zielen en opende de ogen voor de echte uiteindelijke toekomst van elke mens. Op die manier effende Hij in de harten van hen die naar zijn woorden luisterden het enige pad dat naar duurzame vrede kan leiden. Zijn remedie was: “Heb God en uw medemensen lief”. Voor al degenen die eenzaam of uitzichtloos de pijnen van het leven droegen gaf Hij de verzekering mee: “Zalig zij die wenen, want zij zullen getroost worden”.

In zijn spoor hebben sindsdien ontelbare mensen en verenigingen hun best gedaan om het leed van hun medemensen te lenigen, armen te helpen en eenzamen op te beuren. Ook heden nog zijn de meeste en actiefste liefdadigheidsorganisaties van christelijke signatuur. Denken we bvb. aan de Sint-Egidiusgemeenschap, Poverello, Caritas Internationalis, Kerk in Nood, Damiaanactie, Emmaüs, Vredeseilanden, om enkele van de bekendste te noemen, maar er zijn er veel meer die (nogal eens zonder enige overheidssubsidie) in naam van Christus in onze steden en dorpen voor het onthaal zorgen van hen die hun weg niet of niet meer vinden in onze succesmaatschappij.  Zij worden maar zelden vermeld in onze politiek correcte media, waarin de bokkensprongen van al wie rijk en machtig is uitgebreid uit de doeken worden gedaan en vooral Bekende en Welgestelde Vlamingen of Walen hun zeg mogen hebben.

Maar, zoals we zagen, wordt intussen -ondanks het feit dat er bij ons en in onze buurlanden zoveel sociale en menslievende organisaties zijn- de nood die we “eenzaamheid” noemen steeds maar groter. Een belangrijke factor in dat trieste verhaal is dat interne of emotionele eenzaamheid een communicatieve barrière installeert die de neiging heeft om zichzelf in stand te houden en zelfs te versterken. Zij is doorgaans minder gemakkelijk te detecteren dan eenzaamheid te wijten aan sociale of economische factoren. Uit zichzelf kunnen zij die haar ondervinden maar zelden de weg vinden om ervan verlost te worden, daar hun psychologische ingesteldheid dit haast niet toelaat. Zij zijn dus aangewezen op de waakzaamheid en bezorgdheid binnen een kennissenkring die meestal niet groot is en weinig varieert. Eigenlijk zouden wij getraind moeten worden om de symptomen van hun verborgen pijn op tijd te onderkennen en er gepast, met de nodige tact en geduld, op te reageren. Veel leed en drama’s zouden aldus kunnen voorkomen worden.

In de kringen waarin wij ons begeven zijn er bijna steevast personen die om de een of andere reden gemarginaliseerd worden. Soms is dit te wijten aan hun eigen weinig vriendschappelijke gedragingen, maar in veel gevallen behoren zij gewoon niet tot het ideale gezelschap, waar we graag mee omgaan omdat het interessant, plezierig, aantrekkelijk is, of omdat het uitzicht biedt op sociale promotie, enz… Wie van ons gaat graag om met een klager, iemand die meestal stuurs of triestig kijkt, veel “zaagt”, niet goed verzorgd is, onbehouwen manieren heeft of een onaangename stem, een lelijk uiterlijk …? Het is nochtans vooral in hun richting dat we als christenen meer zouden moeten kijken als we, zoals onze Heiland, weldoend en genezend willen leven. Het is zeker geen prettige opdracht, maar een die niet moet georganiseerd of gesubsidieerd worden en waarmee we mensen uit een isolement kunnen halen dat hun leven dreigt te vernielen. Als compensatie bekomen we een grotere gemoedsrust, helpen we onze eigen potentiële eenzaamheid te voorkomen en kunnen we uitkijken naar de eeuwige dag waarop we samen met “zij die wenen” de hemelse vreugden zullen delen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s