Geloof, mythe en werkelijkheid in creationisme en evolutietheorie.

Symboliek en realiteit in de scheppingsverhalen

– Het eerste scheppingsverhaal (Gen. 1 – 2,4a)

Het creationisme negeert obstinaat het overwegend mythisch karakter van de Bijbelse oorsprongsverhalen, alhoewel dit , zoals gezegd, naar vorm en inhoud overduidelijk is. Als gevolg van die instelling wordt de geestelijke betekenis van sommige uitspraken herleid tot een puur fysische, men zou haast zeggen “materialistische”. De essentie van de meegegeven boodschap gaat hierdoor de mist in en dit meesterwerkje van religieuze literatuur wordt gebanaliseerd tot een dubbel “scheppingsverslag”, met onderlinge contradicties en de verhaaltrant van kindersprookjes.

In het eerste scheppingsverhaal wordt regelmatig herhaald dat “God zag dat het goed was”. Het creationisme interpreteert het woord “goed” klaarblijkelijk als “perfect vanuit een menselijk standpunt”. Maar het Genesisverhaal wil ons iets leren over de oorsprong van de strijd tussen GOED en KWAAD. Als men daarvan uitgaat wordt de bedoeling en de betekenis van het woord duidelijk: al wat God schiep tot aan de mens beantwoordde aan Gods wil. Het was dus “goed”, alhoewel het best mogelijk is dat menig actueel sterveling de schepping in haar beginfase helemaal niet zo denderend zou hebben gevonden, vanuit ecologische, vegetarische, meteorologische, racistische, of welke andere menselijke overwegingen of opvattingen ook.

Een ander gezegde dat aldus in een verkeerd daglicht komt te staan is dat God de mens schiep “naar zijn beeld en gelijkenis”. In het creationisme wordt dit in een lichamelijke zin geïnterpreteerd, om te benadrukken dat de mens “uit stof van de aarde werd gevormd en dus niet uit het lijf van een of ander dier of aap”. Het fysisch aspect doet hier nochtans niets ter zake. Een gelovige weet dat God een zuivere geest is. In dezelfde bijbelzin wordt eraan toegevoegd “man en vrouw schiep Hij hen”. Wie van de twee was dan eventueel Gods fysisch evenbeeld?

De passage daarentegen waarin staat dat de mens uit aarde wordt gevormd, komt uit het tweede scheppingsverhaal, dat zoals we gezien hebben niet overeenstemt met het eerste. Vanuit een zuiver gelovige visie (die verder niets wil bewijzen of opdringen) kan men hier stellen dat de Bijbelse schrijver bedoelde dat God onze stamouders zo geschapen heeft dat zij als een trouw spiegelbeeld zijn wil reflecteerden in hun handelingen en gedragingen. Hun ziel was volkomen op God gericht. Aldus heersten zij op een harmonische wijze over het geschapene dat hen omringde, zoals God over hen en het universum. Over de wetenschappelijke vraag hoe zij geschapen werden, maakt de schrijver van het tweede scheppingsverhaal zich trouwens niet te veel zorgen: uit aarde natuurlijk, hierin bevinden zich immers de bouw- en groeistoffen voor al het gekende landleven, evenals voor de vele kleifiguurtjes die toen gemaakt werden.

Op de zevende dag “rustte God van al het werk dat hij geschapen had”. Hoe moeten we dat interpreteren? God ging toch geen dutje doen? Het creationisme leidt hieruit af dat de schepping “af” was en die interpretatie is zeker valabel, doch zij impliceert niet dat de schepping niet meer kon “evolueren”. Evenmin mogen we hieruit besluiten dat God sindsdien geen oogje meer in het zeil hield en niet meer op tijd en stond ingreep, want dan konden we de (bijbel)boeken wel sluiten. Het rusten van God betekent uiteraard wel dat Hij zich onthield van verdere ingrijpende scheppingsdaden. Het werk dat Hij voltooid had was “af”, maar daarom niet “statisch”. Aan de mensen had hij de opdracht meegegeven om met de levende werkelijkheid die hen werd toevertrouwd om te gaan op een wijze die Hem welgevallig is.

Zesmaal wordt in hoofdstuk 1 op een poëtische en typisch oosterse wijze herhaald: “het werd avond en morgen: de eerste, tweede, derde, … dag”. Het doet een beetje denken aan het ontsluiten der zegels waarover Johannes het heeft in de Apocalyps. In hoofdstuk 2 volgt dan de zevende dag waarop God rustte. Het creationisme hecht hieraan de letterlijke betekenis van een geologische tijdsschaal en concludeert dat het ganse universum tot en met alle levensvormen in zeven dagen is ontstaan. Toch is het duidelijk dat het niet in de bedoeling lag van de visionaire verteller om Jahwe een werkweek toe te dichten waarin Hij netjes om de 24 uur een scheppingspakket afleverde. Tijdsspannen hebben immers voor de eeuwige God geen enkel effectief belang. Op een allegorische wijze worden hier cruciale scheppingsdaden geëvoceerd, waarmee de Almachtige zijn werk in de door Hem gewenste richting stuurde. Laten wij ze even bondig op een rijtje zetten met een moderne uitleg, alsof de gewijde schrijver vandaag zou leven en hij er een korte commentaar aan zou toevoegen:

– In het begin schiep God de hemel en een nog donkere chaotische aarde: God schiep een universum uit het niets, dat echter nog geordend moest worden. De beginwoorden van de bijbel bevatten geen tijdsaanduiding en passen dus niet in het zevendagenschema van het creationisme (die ze daarom maar buiten beschouwing laat). De wetenschap van haar kant weet hier helemaal geen blijf mee en maakt er zich noodgedwongen van af met een speculatieve bigbangtheorie, die evenmin het mysterie van de schepping kan verklaren.

– De eerste dag scheidde God het licht van de duisternis: Hij bracht orde en structuur in de energieverdeling van het universum. Dit gemakkelijk vast te stellen gegeven is een onverklaarbaar mysterie voor een wetenschap zonder God, zonder zin en die alles aan het “toeval” toeschrijft.

– De tweede dag schiep God het uitspansel en op de derde scheidde Hij de wateren: Hij schiep en ordende de materie op de juiste wijze en in de juiste verhoudingen, zodat leven op aarde mogelijk werd. De meeste wetenschappers schijnen zich geen rekenschap te geven van het grote aantal factoren en elementen die hiertoe in tijd en ruimte samen aanwezig moeten zijn. De kans dat deze zogenaamd toevallige samenloop zich ook elders in het heelal zou hebben voorgedaan, is misschien veel kleiner dan actueel nogal voetstoots wordt aangenomen.

– De derde dag schiep God eveneens de planten, elk naar zijn soort: Hij schiep de biotoop die het voedsel levert voor het bewegend leven, die ook zorgt voor de zuurstoftoevoer nodig voor de meeste levensnoodzakelijke energieomzettingen en die daarenboven bescherming biedt tegen kosmische straling. De overgang van levenloze materie naar de onvoorstelbare complexiteit van nog maar één levende cel is voor de wetenschap een onverklaarbaar mysterie, terwijl er op de vraag waarom het leven zich absoluut op de meest ingenieuze wijze wil in stand houden helemaal geen enkel wetenschappelijk antwoord kan gegeven worden.

– De vierde dag plaatste Hij lichten aan het hemelgewelf die nacht en dag beheersen: Hij maakte de zon op de ideale grootte en bracht de aarde op de juiste afstand en in de juiste baan en stand ten opzichte van haar, zodat de zonnewarmte heel het aardoppervlak maximaal zou verlichten en verwarmen, op een alternerende wijze en binnen de grenzen waarin een onafzienbare waaier van levensvormen optimaal kunnen gedijen. Hij liet maan en sterren de nacht verlichten. Zij zouden ook dienen om de mensen te oriënteren en voor hun tijdsindelingen zorgen. Zij zouden getuigen van de grootsheid en almacht van de Schepper en het ontzaglijke van wat Hij ten behoeve van de mensen tot stand bracht. Het is duidelijk dat de totstandkoming van zon en hemellichamen hier te laat gesitueerd wordt, al was het alleen al om het feit dat anders de pas geschapen plantengroei door duisternis en ultradiepvrieskou stante pede zou vernietigd zijn.

– De vijfde dag schiep Hij de vissen en vogels, ieder naar zijn soort: Hij schiep de soorten die in het water leven en de gevleugelde dieren die zich in de lucht kunnen verplaatsen. De eersten zullen de oceanen bevolken en aldus een onschatbare voedselreserve vormen. De laatsten zullen zaden en meststoffen over land en zee verspreiden, het overtollig klein gedierte uit de lucht halen en in koor met hun gekweel de morgenstond aankondigen en de Heer van alle leven loven. Enkel de mens is het gegeven om de ongelooflijke rijkdom aan vormvariatie en kleurenpracht van deze dieren te ontdekken en ervan te genieten, maar inspireert het hem ook om de Kunstenaar die dit tot stand bracht de nodige eer te betuigen?

– De zesde dag schiep God de verschillende soorten tamme en wilde landdieren en daarna de mens als man en vrouw: God zorgde ervoor dat het land werd bevolkt met kruipende dieren en viervoeters. Sommige hiervan zullen de mensen helpen bij hun werken en verplaatsingen, hen eventueel vergezellen en afleiding bezorgen. Het vlees der dieren zal een calorierijke voedselbron vormen, waarmee zij het zwaardere werk zullen aankunnen en hun huiden zullen hen bescherming bieden tegen de koude. De mensen zullen vruchtbaar zijn en door hun verstand de ganse aarde voor zichzelf bewoonbaar maken.

Waarom de poëtische schrijver de eerste dieren en mensen een uitsluitend vegetarisch karakter meegaf, in tegenspraak met onze hedendaagse biologische en archeologische kennis, blijft een open vraag. Belangrijker is de vaststelling dat de mens hier volledig apart geschapen wordt, naast de planten en de zee-, lucht- en landdieren. Hij is een wezen met een onbeperkt actieterrein en de kroon op Gods werk. Gods doel was hiermee bereikt: Hij had een schepsel tot stand gebracht, waarmee zijn Geest kon communiceren.

Waarom Hij dit deed in opbouwende fases die al naargelang de interpretatie van enkele miljarden jaren tot enkele dagen in beslag namen, blijft Gods geheim, maar we kunnen wel een antwoord bevroeden. Door de ontstaansgeschiedenis te spreiden in de tijd blijft zij voor de mens even vaag als de geschiedenis van zijn eigen geboorte. God wil zich niet opdringen, maar de mensen vrijlaten om Hem te zoeken, als hun Schepper te aanvaarden en Hem tenslotte te eren en te beminnen. Als alles te duidelijk was, bleef er voor de mensen geen keuzemogelijkheid meer over en dus geen mogelijkheid om te tonen dat hun liefde tot God waarachtig is.

– De zevende dag rustte God van al wat Hij verricht had: Zijn wil was realiteit geworden; de tijden waren geboren, waarin ontelbaren de overgang zullen maken vanuit het niets naar een levende geest, geroepen om tot Gods aanschijn toe te treden. Het was nu aan de mensen om God te zoeken, te vinden en te eren en aldus hun roeping waardig te worden. Zo was het goed, zelfs zeer goed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s