Geloof, mythe en werkelijkheid in creationisme en evolutietheorie.

DEEL II: Wetenschappelijke Evaluatie

Geïnspireerd door de evangelist Johannes kunnen we het voorafgaande deel resumeren met een metafysische vogelvlucht doorheen het tijdsgebeuren:

Gods Woord creëerde de tijdsgebonden werkelijkheid uit het niets. Hieruit verwekte God het biologisch leven dat steeds complexer werd en waaruit tenslotte de Godsbewuste mens ontstond. In de mens herkende het geschapene “Hij Die Is”, wiens machtig Woord aan de oorsprong lag van de onafgebroken evoluerende wereld der tijdelijke en onvolmaakte wezens. Het menselijk woord communiceerde met het goddelijk Woord en dit laatste riep de mens op om door bestendige gehoorzaamheid en trouw aan Gods onderricht het eeuwig samenzijn met Hem waardig te worden. Doch de mens faalde. In Christus manifesteerde zich Gods woord als de Mensenzoon. Door zijn opoffering en trouw hergaf Hij de gevallen mens de mogelijkheid om in een gelouterde en vergeestelijkte lichamelijke gedaante voor eeuwig in zijn volmaakte liefdesrijk opgenomen te worden.

Deze algemene visie omvat weinig gegevens waarover de wetenschap zich kan uitspreken. Anders wordt het als we ons binnen dit wijds perspectief gaan concentreren op de concrete gebeurtenissen, zoals die zich hebben afgespeeld op een kleinere tijdsschaal. Dan moet ons verhaal voldoende werkelijkheidsgetrouw zijn, als wij willen vermijden dat de geloofwaardigheid van het geheel in het gedrang komt. Binnen het kader van een zo realistisch mogelijke interpretatie zullen we enkele voorname met ons geloof verbonden feitelijkheden bespreken, die door het materialistisch evolutionair denken worden aangevallen, evenals het creationistisch antwoord daarop.

Het historisch bestaan van Adam en Eva

Voor ons christenen is de kennis van de stamouders der mensheid van belang voor een juist begrip, niet alleen van onze menselijke identiteit, maar ook van onze toestand als mens. Het geloof leert ons immers dat wij met hen niet louter een genetische verwantschap hebben, maar ook een zielsverwantschap, in die mate zelfs dat wij geboren worden met een overgeërfde schuld of “erfzonde”. Het materialistisch darwinisme breekt dit geloofspunt af door Adam en Eva en hun paradijs naar het fabelrijk te verwijzen, een standpunt dat m.i. niet wetenschappelijk verantwoord is.

Wereldwijd vindt en vond men culturen waarin geslachtslijsten worden doorgegeven van voorouders (vooral die van de heersende kasten of klassen), die dikwijls uitmonden op een rechtstreeks van een godheid afstammende stichter. De Bijbelse geslachtslijsten die opklimmen tot Adam en Eva vormen in dit opzicht dus zeker geen uitzondering. Het is bijgevolg niet meer dan logisch dat men de authenticiteit ervan op een gelijkaardige wijze evalueert als die van andere genealogische lijsten.

De meesten hiervan werden grotendeels oraal aan de opeenvolgende generaties doorgegeven, als informatie die van essentieel belang was voor de culturele identificatie van een bepaalde stam of volk. Die speelde ook een voorname rol bij de toekenning van een hogere sociale status aan sommige stamleden. Men mag dus aannemen dat de mogelijkheid om er volkomen fictieve voorouders in op te nemen over het algemeen bijzonder klein tot onbestaande was. De lijsten met de namen, samen met de erbij horende geschiedenis, werden schriftelijk vastgelegd van zodra die mogelijkheid was uitgevonden. In andere gevallen werden de meest illustere voorouders uitgebeeld op totempalen, of in sculpturen (die dikwijls na verloop van tijd aanleiding gaven tot verafgoding).

Het aanvaarden van het historisch bestaan van Adam en Eva moet dus absoluut niet beperkt blijven tot een akte van geloof. Het volgt immers gewoon uit de toepassing van een courant gebruikt en aanvaardbaar antropologisch interpretatiemodel, gebaseerd op etnologisch vergelijkingsmateriaal. De authenticiteit van de protagonisten van het oudste Bijbelverhaal wordt bovendien bevestigd door het aanhalen van feiten uit hun leven die verregaand concreet zijn (zoals de lokalisering van hun actieterrein, het drama met hun eerste kinderen, de vermelding van de ouderdom van Adam toen zijn wederhelft Set baarde en van zijn totale levensduur).

Alle tegenwerpingen ten spijt, kan men dus met gerust gemoed aanvaarden dat Adam en Eva reëel bestaan hebben. Maar wie waren zij eigenlijk? Waren zij de unieke stamouders van de volledige mensheid? Waar en wanneer leefden ze dan? Hoe leefden zij? Laten wij om te beginnen eens nagaan of we eventueel over dit laatste iets kunnen deduceren uit wat de Bijbel ons aanreikt.

De fysische toestand van de paradijsbewoners

– Hun pijnen

Adam en Eva waren mensen, wezens van vlees en bloed, zoals u en ik. Het waren zeker geen irreële figuren die op een soort paradijselijke droomwolk leefden, onbelast met de behoeften die onze menselijke natuur kenmerken, zoals een bepaalde creationistische literatuur suggereert. In dat geval zouden zij in tegenspraak met de Bijbel geen mensen geweest zijn, maar surrogaatengelen, tijdelijk op aarde gestationeerd.

Deze mensen voelden zoals wij honger en dorst en bevredigden die door hun arbeid (zoals de Bijbel expliciet aangeeft). Als stamouders der mensheid, die hun leefomgeving onbedreigd beheersten, belichaamden zij het langverwachte en uiteindelijke meesterstuk der schepping. Zij waren dus blijkbaar begiftigd met een perfecte lichaamsbouw, met een optimale hormonale werking en een feilloos werkend zenuwstelsel, waarvan onder meer de uiteinden verbonden waren met tast- en pijnreceptoren van een gezonde gevoeligheid. Dit brengt ons bij een diep ingewortelde misvatting, die voortspruit uit onze houding tegenover pijn en die onze beeldvorming over het leven in de “Hof van Eden” op een verkeerd imaginair spoor zet.

Pijn wordt meestal opgevat als iets negatiefs, slecht en zelfs als “iets dat niet door God is gewild”. Maar deze menselijke reactie is zowel ontologisch als Bijbels fout. Pijn is in de eerste plaats de verzamelnaam voor de signalen die onafscheidelijk verbonden zijn met het ontstaan, de ontwikkeling en de strijd voor het voortbestaan van al wat leeft als een “tijdelijk zijnde”. Een pijnsignaal verwittigt dat een levensvorm of -toestand wordt aangetast of bedreigd. Zonder die waarschuwingssignalen zouden we ons aardse leven niet lang kunnen in stand houden. God heeft dit “alarmsysteem” zo gewild, immers: “Er valt geen mus op de grond zonder de wil van uw Vader” (Mat. 10.29).

Ook geestelijk kent de mens een rijpingsproces waarvoor een pijnprijs moet betaald worden. Hoe volmaakter een mens is, hoe meer hij geleerd heeft zijn pijnvrees te beheersen. Grote heiligen, zoals Sint Franciscus, leerden om pijn en zelfs “zuster dood” te aanvaarden, zodat die hun innerlijke vrede niet meer konden aantasten. Het “geluk” (dit is de essentie van de paradijsbeleving) is een interne toestand die niet onvermijdelijk door externe pijn wordt aangetast. Anderzijds mag men aannemen dat heel wat van onze huidige menselijke lotgenoten zich zelfs in een volledig pijnloos aards paradijs ongelukkig zouden voelen. Dit als gevolg van hun innerlijke disharmonie met de Schepper.

Over een correcte houding tegenover pijn en dood kan de westerse mens heel wat leren van oosterse leermeesters en zelfs van zogenaamd primitieve volkeren. Gewapend met zulke houding kunnen we een flink storende hinderpaal voor een realistischer kijk op de leefomstandigheden van Adam en Eva uit de weg ruimen. De gewone pijnen die deel uitmaakten van hun dagdagelijkse bezigheden vormden hoegenaamd geen beletsel voor hun oorspronkelijk volmaakt geluk. Men kan zich zelfs voorstellen dat zij dit geluk prikkelden. Zij ondervonden wel pijn maar “leden” die niet. Zolang hun daden overeenstemden met Gods wil leefden zij zonder vrees voor grote pijnen die hun innerlijke gemoedsrust ernstig zouden kunnen verstoren.

Slechts na de zondeval liet God toe dat hun pijnen en lasten zouden “verzwaard” worden (Gen. 3, 16-19). Het is niet zo dat er toen plots een andere wereld met andere wetten ontstond. (Zoals evenmin een beetje voordien het ontzaglijk universum werd geschapen in enkele uiterst gecomprimeerde tijdsspannen, met in een minuscuul uithoekje ervan een kant en klaar paradijsje met een al volwassen mensenpaar erin. Wij zullen daarop nog ingaan, bij de bespreking van de ouderdom van de aarde en de evolutietheorie in het algemeen). De aard van de zonde zelf, als niet beantwoordend aan de wil van de Vader, bracht automatisch disharmonie in de werking van het dynamisch evoluerend geschapene. Met een beetje goede wil kan men zelfs aannemen dat de gevolgen zich op een of andere wijze propageerden over het ganse heelal.

De zonde verstoorde de door God gewilde doelgerichte natuur, in de eerste plaats die van de mens zelf. Maar voor het overige moesten Adam en Eva, zowel vóór als na hun val, hun hemel verdienen binnen het kader van dezelfde aardse wetmatigheden en beperktheden waaraan wij ook nu nog onderworpen zijn. De gevolgen van de verstoring troffen goeden en kwaden, zoals ook de zon voor beiden bleef schijnen. De eerste dood, onder de vorm van de aftakeling van ons lichaam, die elke mens moet ondergaan, beantwoordt aan een natuurwet die steeds heeft bestaan, maar waarvan de opheffing door God was voorzien ten bate van de volkomen vlekkelozen (en zoals we al zagen waren er dat bitter weinigen).

De “éne mens” waarover Sint Paulus het heeft, leverde zichzelf en zijn nakomelingen over aan de (overigens volkomen natuurlijke) heerschappij van de dood, door zijn lichaam een daad te laten voltrekken die het ongeschikt maakte voor een vergeestelijkte opname in Gods Rijk. De pijnen die de mensheid sindsdien plaagden, groeiden uit tot vreesaanjagend lijden. Symbolisch culmineerden zij in de verschrikkelijke lijdensweg die de Mensenzoon voor ogen stond en die Hij aanvaardde en doorstond als beantwoordend aan de wil van zijn Vader. Die lijdensweg begon in de Hof van Olijven, a.h.w. de tegenpool van de Hof van Eden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s