Geloof, mythe en werkelijkheid in creationisme en evolutietheorie.

De fysische toestand van de paradijsbewoners (vervolg)

– Hun geslachtelijkheid        

Ook tegenover de menselijke geslachtelijkheid kan men in heel wat christelijke kringen een ingewortelde negatieve houding vaststellen, die op een gelijkaardige wijze naar een verkeerde Genesis-interpretatie leidt. Onze Bijbelse stamvader en -moeder hadden uiteraard, zoals wij allen, geslachtsorganen met de daarbij horende hormonale werking, onderlinge aantrekkingskracht, menstruatie, enz. En dat was zeer goed in Gods ogen en noodzakelijk voor de opgedragen voortplanting. Een liefdevolle, gedisciplineerde en trouwe geslachtelijke relatie bevordert trouwens het innerlijk evenwicht (zoals God bevestigde toen Hij opmerkte dat het niet goed was dat Adam alleen bleef). Daartegenover staat dat een ontregelde en ontrouwe relatie naar lijden voert en eventueel zelfs dood.

Vermits de geslachtsdrift een sterk ontwikkeld instinct is, van essentieel belang voor het voortbestaan van de menselijke soort, wordt zij voor mensen wier handelswijze niet meer afgestemd is op Gods authentieke wil een gevaarlijke en potentieel destructieve factor. In de antieke wereld van de eerste christenen was het zedelijk verderf wijd verbreid (zoals men o.a. uit de brieven van St Paulus kan afleiden), met als gevolg dat er bij de aanhangers van de nieuwe christelijke leer een soort wantrouwen ontstond tegenover de seksualiteit. Mede onder invloed van de leerstellingen van heilige (maar niet onfeilbare) patriarchen, was er zelfs een tendens om de zondeval zelf te interpreteren als een seksuele daad, en om de vrouw de rol toe te bedelen van geboren verleidster, aan de oorsprong liggend van al wat er verkeerd loopt. Die tendens bestaat trouwens ook nu nog.

De in de Bijbel voorgestelde “zondedaad” is waarschijnlijker noch extern, noch intern van seksuele aard. De zonde bestond intern uit het toegeven aan de verzoeking om van God onafhankelijk te worden, in de valse hoop op een eeuwigdurend (aards) leven. Extern voltrok zij zich, volgens Genesis, door het eten van verboden voedsel. De Satan wist immers goed dat het weinig aannemelijk was dat het godvruchtig eerste mensenpaar vanuit zijn oorspronkelijke volmaaktheid zomaar rechtstreeks zou overgaan tot een verfoeilijke of ontaarde geslachtsdaad. Daarentegen was het innemen van voedsel, dat – alhoewel het verboden was – er zeer appetijtelijk uitzag, uiterlijk niet in tegenspraak met hun normale gedragingen, hetgeen het eerste gebaar in de verkeerde richting veel vergemakkelijkte. Vermits verkeerd voedsel psychische verstoringen kan veroorzaken, is het goed mogelijk dat een dergelijke (of vergelijkbare) daad de oorspronkelijke fysische oorzaak was van de zich nadien propagerende ontregeling. Die manifesteerde zich ook in het seksueel gedragspatroon (als gevolg dus en niet als oorzaak).

Adam en Eva kunnen we, ook in hun oorspronkelijk heilige staat, best zien als authentieke levensechte bloedverwanten van ons, buitengewoon begaafd en beschikkend over een evenwichtige gevoeligheid en gezonde geslachtelijkheid. Misschien is het dan ook mogelijk om ons een imaginair, maar redelijk realistisch beeld te vormen van andere aspecten van hun levensgeschiedenis? Hiertoe moeten we ons eerst een idee vormen van de tijd en plaats van hun aards bestaan. De Bijbelse locatie kunnen we vereenvoudigend beschouwen als behorend tot de “vruchtbare sikkel” van het Nabije Oosten. Maar de zoektocht naar de periode waartoe zij behoorden, op basis van de beknopte en grotendeels mythologische Genesisverhalen, is van groter belang. Spijtig genoeg is dit nog altijd een redelijk speculatieve onderneming.

Het tijdperk der stamouders

Wat God van ons vraagt is in de eerste plaats geloof in Hem en in zijn Woord. Hiertoe inspireert en verheldert Hij onze geesten. Voor wat typische geloofsaangelegenheden aangaat, kunnen wij ons daarom als christenen baseren op de uitspraken en geschriften van gewijde schrijvers, profeten en kerkleraars van vroeger en nu. Maar God geeft ons over het algemeen geen ruggensteun bij de bevrediging van onze wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Het klinkt dan ook absurd als men voor de oplossing van de hier besproken vraagstukken met uitspraken als “terug naar de bron”, naar de antieke christelijke patriarchen verwijst. Die hebben ongetwijfeld een heilige levenswandel geleid, maar werden daarom geen supergenieën, die ook maar een flauw vermoeden konden hebben van de verworvenheden van recent ontwikkelde disciplines, zoals archeologie, paleontologie, linguïstiek, genetica, enz.

De antieke kerkleraars vertolkten in het raam van hun geloofsopvoedende zending een mening over het verre menselijk verleden, die gebaseerd was op de toenmalige kennis. De ene deed dit al wat genuanceerder en voorzichtiger dan de andere, maar naar mijn weten heeft geen van hen ooit beweerd dat hij hierover rechtstreeks door God werd ingelicht. De sindsdien toegevoegde kennis moet door de moderne christen in zijn gelovig denken worden geïntegreerd, op een realistische eigentijdse wijze, zodat het verband tussen wat er zich vanaf de vroegste tijden afspeelde en de geloofswaarheden zo duidelijk mogelijk wordt.

Als we dan toch “brongericht” willen werken, zou het consequenter zijn ons tot de rechtstreekse erfgenamen van de Bijbelschrijvers te wenden, nl. de Joden. Hun opvattingen over Israëls verleden verschillen nogal aanzienlijk van de christelijk-patriarchale. Maar van zodra we ons op een zuiver wetenschappelijk onderzoeksterrein begeven, zoals het situeren in de tijd van onze stamouders, is er in feite maar één geldige bron: dat wat de betrokkenen zelf, Adam en Eva zaliger gedachtenis, en hun nabije nakomelingen ons hebben nagelaten (en zelfs dat geeft ons geen onbetwistbare waarheidsgarantie). We kennen die bron slechts uitermate onrechtstreeks, op basis van de summiere verhalen in het eerste Bijbelboek. Hieruit moeten we elementen distilleren met een zekere tijd aanduidende waarde.

Op het eerste gezicht bestaat er een eenvoudig dateringsprocedé, namelijk om voortgaande op de afstammingslijsten op te klimmen tot de stichters van het mensenras, met als vertrek- en aanknopingspunten historisch vastgelegde evenementen. Deze methode werd bij de studie van andere beschavingen, zoals de Sumerische, op een aanvaardbare wijze toegepast. In de zeventiende eeuw berekende bisschop Ussher zodoende de Bijbelse ouderdom van de schepping en bekwam het jaartal 4.004 v.C. Over het algemeen wordt het belang van die berekening nu gereduceerd tot die van een amusant fait divers, en terecht. Men kan immers aan geslachtslijsten die over een groot aantal generaties oraal door zwervende stammen werden overgeleverd, voordat zij uiteindelijk schriftelijk werden vastgelegd, niet dezelfde geschiedkundige waarde toekennen als aan gekende koningslijsten. Die gaan veel minder ver terug in de tijd en werden vastgelegd door professionele schrijvers in dienst van heersers van grote sedentaire volkeren. De hieraan gerelateerde gebeurtenissen hebben daarenboven aanzienlijke sporen nagelaten die ons bruikbare externe aanknopingspunten bieden.

Zoals hiervoor besproken, mogen we gerust zijn voor wat het reële bestaan van de hoofdpersonages betreft. Maar niets garandeert ons dat in de overgeleverde geslachtslijsten tot Adam en Eva geen grote gedeelten verloren of vergeten zijn geraakt, of dat er zich geen overlappingen hebben voorgedaan. De dramatische gebeurtenissen die in de Bijbel verhaald worden in acht nemend, lijkt dit allesbehalve onwaarschijnlijk. We moeten er onder andere van uitgaan dat de familie van Noë goed geïnformeerd was en over een goed collectief geheugen beschikte, dat Mozes die zelf bij vreemde farao’s werd opgevoed, op een juiste manier op de hoogte werd gebracht, enz. Het is vanzelfsprekend dat hoe ouder en langer een geslachtslijst wordt, hoe groter het risico wordt op haperingen in het volksgeheugen en hoe sterker de neiging tot inkortingen. Nogal wat onderzoekers gaan er dan ook van uit dat veel van de geciteerde namen een ganse familiedynastie vertegenwoordigen. De natuurkundig moeilijk te verklaren hoge ouderdommen der vroegste Bijbelse voorvaderen lijken die veronderstelling te bevestigen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s