Geloof, mythe en werkelijkheid in creationisme en evolutietheorie.

DEEL IV: Evolutie en menswording

Evolutietheorie

– Bespreking van de darwinistische visie

Darwinisten maken een gelijkaardige fout als creationisten: zij introduceren een vooropgesteld concept in de theorievorming over het verleden, waardoor het totaalbeeld vervormd wordt in functie van een ideologie. Het materialistisch grondconcept gaat ervan uit dat het bestaande op zich zinloos is. De mens moet dus een toevallig en voorlopig eindproduct zijn van een lukrake evolutie. De superieure logica en de wetmatigheden die zowel de anorganische als de organische wereld beheersen zijn nochtans in tegenspraak met zinloosheid, maar dat negeren zij.

 Spijtig genoeg lijken de materialistische denkpatronen aan de winnende hand, terwijl de reactie van de christelijke intelligentsia te zwak, inadequaat, en zelfs contraproductief is als men schermt met dubieuze standpunten. Toch is het best mogelijk dat het overheersende materialistisch evolutionair interpretatiemodel ooit als een schoolvoorbeeld zal gelden van verkeerde theorievorming, ten gevolge van een foutieve grondhypothese.

Met “evolutie” wordt hier bedoeld: het gehele proces waarbij de vermogens van de organische levensvormen verbeterd en/of vermeerderd werden (en niet alleen maar “veranderd”, zoals meestal voorgesteld in het darwinisme). Dit proces speelde en speelt zich steeds af op verschillende niveaus: enerzijds de ontwikkeling tot volwassen individuele wezens vanaf een kiem of bevruchte eicel, en anderzijds de ontwikkeling op soortniveau tot beter gestructureerde, meer complexe en intelligentere levensvormen, waaraan we een hogere rangorde kunnen toekennen, op basis van de toename of de hogere efficiëntie van hun actiemogelijkheden. Vooraleer hierover verder uit te weiden is het nodig een duidelijk antwoord te geven op enkele fundamentele vragen.

Is er wel evolutie geweest op het niveau van de soorten? Een antwoord hierop vinden we o.a. in de “Grote Ravijn” of Grand Canyon, uitgesleten door de Coloradorivier in de Amerikaanse staat Arizona. Daar ligt een deel van het “logboek van het leven” letterlijk open geplooid. Op de steile wanden van die ravijn heeft de natuur ons in fossielentaal de titels van een groot aantal hoofdstukken van de oudste geschiedenis van het leven nagelaten. Die gegevens kunnen we combineren met deze van steile en diepe hellingen op andere plaatsen, om aldus het ganse verloop van de levensevolutie te reconstrueren. Vele fossiele soorten behoren niet tot een actueel levende familie en velen maken deel uit van grotere biologische groepen of “taxa” die volledig zijn uitgestorven. Van boven naar onder worden de verschillen met de moderne levensvormen sterker en stelt men een toenemende “primitiviteit” vast.

In de onderste lagen vindt men enkel ongewervelde dieren, waaronder vooral trilobieten, verre verwanten van de actuele krabben. Hogerop vinden we eerst primitieve vissoorten, die naar boven toe meer en meer op de moderne vissen beginnen te lijken. Nog meer naar boven vinden we dan achtereenvolgens amfibieën, kleine reptielen, dinosaurusbotten of -sporen en helemaal bovenaan de resten van primitieve zoogdieren. Daar waar continentale afzettingen de mariene vervangen, zien we eerst primitieve varenplanten, dan de versteende stronken van voorlopers van de moderne pijnbomen en tenslotte zaadplanten, rechtstreeks verwant met de actuele.

Zijn alle organismen met elkaar verwant? Het onderzoek naar de interne opbouw van de cellen en hun kernen heeft aangetoond dat alle planten en dieren een gelijkaardige celstructuur hebben, met een kern waarin zich chromosomen bevinden die op hun beurt de DNA-moleculen herbergen waarop de genetische informatie is vastgelegd. Die vastlegging gebeurt volgens een code die voor al deze organismen dezelfde is en relatief eenvoudig: Het is de combinatie van drie basen uit een groep van vier, hetgeen 64 mogelijkheden oplevert die kunnen worden gebruikt voor het aanmaken van één der twintig aminozuren waaruit alle eiwitten zijn opgebouwd. Die grote eenvormigheid is nog geen bewijs, maar in ieder geval een zeer sterke aanwijzing dat alle plantaardig en dierlijk leven van dezelfde oorsprong is. De aminozuren worden aan mekaar gehecht in een bepaalde volgorde. Afhankelijk hiervan kan een onvoorstelbaar groot aantal soorten eiwitten aangemaakt worden. Het geheel der in de cel werkzame eiwitten bewerkstelligt het onderscheid tussen de verschillende organismen, als uitdrukking van de informatie afkomstig uit de celkern. 

Het basisprincipe van het leven is dat het zich absoluut wil in stand houden. Hiertoe heeft het een aantal strategieën ontwikkeld. Een der voornaamste maakt gebruik van de variabiliteit bij de voortplanting. Door voldoende variatie in de eigenschappen der nakomelingen wordt de kans groter dat minstens een gedeelte van elke generatie geschikt is om in de heersende milieuomstandigheden goed te functioneren en de voortplanting verder te zetten. Het hoofddoel van alle leven is in eerste instantie het overleven, een afgeleide strategie hiertoe is de voortplanting, en slechts in tweede instantie grijpt het leven hierbij, als een volleerde “kansberekenaar”, naar de specifieke strategie van de differentiatie.

Het resultaat van deze levensstrategie werd door Darwin goed onderkend, maar foutief tot hoofdprincipe van het evolutieproces gemaakt, geformuleerd als “the survival of the fittest” (de overleving van de best geschikte). Dit lukraak en op zich “amoreel” principe beantwoordt ideaal aan de materialistische grondvisie. Sindsdien heeft het materialisme hierin een rijke inspiratiebron ontdekt en het is erin geslaagd dit principe op grote schaal in heel wat hypothesen, leerstellingen, onderzoeksprojecten en zelfs onderwijsvakken te introduceren, als een alles en nog wat verklarend “wetenschappelijk” dogma.

Door het resultaat van een secondaire levensstrategie een rol toe te kennen van overdreven fundamenteel belang, werden en bleven zowel het oorspronkelijk darwinisme als het neodarwinisme geconfronteerd met interne discussies, onverklaarbare vaststellingen en ongerijmdheden. Het principe van Darwin is immers NIET de motor van de evolutie, maar WEL een factor die MEE de ramificatie van het leven heeft bepaald of, juister geformuleerd, het opkomen en uitsterven van ondersoorten en soorten.

Evolutie, zoals hier gedefinieerd (zie voorgaande) is echter een fenomeen van een hogere orde, dat inherent verbonden is aan het fundamenteel levensprincipe. De wil om zich in stand te houden impliceert dat alle levende organismen een bepaalde mate of vorm van zelfbewustzijn hebben. Om hun instandhouding te verzekeren is zowel communicatie met de omgeving als informatieopslag van essentieel belang. Communicatie betekent inwerken op de omgeving en de omgeving selectief op zich laten inwerken. Dit gebeurt ter hoogte van de enkelvoudige cel door opname en afgeven van scheikundige substanties. De interne verwerking van de aldus verkregen informatie (opslag, voorbereiding van de reacties, aanpassing en uitsturen van een antwoord) gebeurt aan de hand van ongelooflijk ingewikkelde biochemische processen, intern op een onzichtbare wijze gedirigeerd volgens genetisch vastgelegde richtlijnen.

De communicatie werkt bevruchtend op het zelfbewustzijn en hoe groter het zelfbewustzijn, hoe groter de communicatiedrang wordt. Communicatie-uitbreiding kan evenwel alleen door grotere complexen van samenwerkende cellen te creëren, die meer informatie kunnen beheren en die op hun beurt uitgebreider of complexer zullen worden. Aldus ontstaat evolutie en de motor hiervan is de logische keten van zelfbewuste instandhouding die leidt tot communicatie en evolutie. Meest fundamenteel hierin is het principe van de instandhouding, niet van het individu of van de soort, maar van het aardse leven zelf. Het aardse leven tenslotte spruit voort uit een geestelijk principe of een “gebod” dat slechts van een intelligente Schepper afkomstig kan zijn. Dit inzicht leidt ons tot de meer abstract uitgewerkte definitie van wat evolutie is: zij is de uitdrukking van een interne noodzaak van het levensprincipe zelf, met name zijn onherroepelijke drang tot instandhouding, die resulteert in een dynamische en creatieve capaciteitsontplooiing, gepaard gaande met continue opbouw en afbraak, informatievergaring en -uitwisseling.

Het darwinistische “survival of the fittest” speelt hierin slechts een rol als het resultaat van een secundaire levensstrategie, ontwikkeld als antwoord op de wisselende levensomstandigheden. De“natuurlijke selectie” werkt niet op het leven in zijn totaliteit, maar enkel binnen een welbepaalde soort. De omgeving (bestaande uit levenloze materie en met leven bezielde) verricht (als het ware) een spontane (natuurlijke) selectie, met resultaten die gedeeltelijk vergelijkbaar zijn met die van de artificiële (menselijke) selectie van planten of dieren. Binnen een populatie met een bepaalde variabiliteit zullen de individuen die zich het meest succesvol voortplanten het best hun eigenschappen doorgeven, zodat die uiteindelijk gaan primeren. Op die wijze kunnen geïsoleerde deelpopulaties steeds grotere verschillen gaan vertonen met hun verwanten in andere gebieden, een mechanisme dat kan leiden tot het ontstaan van ondersoorten en tenslotte ook soorten die gescheiden worden door een genetische barrière. D.w.z. dat zij zich niet meer onder elkaar kunnen voortplanten. Daaruit kunnen dan later verdere aftakkingen voortkomen.

Chromosomenonderzoek heeft aangetoond hoe dit meer gedetailleerd in zijn werk gaat op microbiologisch vlak. Op die wijze ontstaan er soorten die heel goed aan hun omgeving zijn aangepast, maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat die ook “geëvolueerd” zouden zijn, in de zin die wij er hier aan hechten (zie hogerop). Al Louis Agassiz (1807 – 1873), de grote tegenstander van Darwin, waarschuwde voor het misbruik dat door Darwin van het woord “evolutie” werd gemaakt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s