H. Damiaan De Veuster, Pater der Melaatsen

(° 3 jan. 1840 te Tremelo, † 15 apr. 1889 te Molokai)

08-02-2012

Een artikel over Pater Damiaan De Veuster ss.cc., is als het intrappen van open deuren, want weten we niet allemaal wel wat over “de Held van Molokai “, de Pater der Melaatsen, en hebben we niet allemaal één of andere geromanceerde verfilming van zijn leven gezien?

Vooraf wil ik dan ook een kleine verantwoording geven voor het publiceren van deze tekst: enkele jaren gelden werd door onze openbare omroep in een grootse show de verkiezing georganiseerd voor de meest bekende Belg. Uiteindelijk werd een beroemde Vlaming en een beroemde Waal gekozen, hoe kon het anders.  Le Père Damien eindigde derde op de Franstalige omroep.  Op de Vlaamse omroep werd het Damiaan, en ik herinner mij de vele argumenten om voor hem te stemmen, o.a. de pleidooien van advocaat Jef Vermassen.  Ik was blij en verrast dat Vlaanderen voor Damiaan koos, er waren redenen te over. Maar wat in het debat ontbrak zijn de diepe achtergronden voor dit heilige leven: roeping, priesterschap, lid van een missieorde, prediking, werken van barmhartigheid, trouw en gehoorzaamheid aan de Kerk, zelfverloochening aangemoedigd door het voorbeeld van de Grote Meester, Christus. Vandaar dit korte verslag over een heldhaftig en Godsgericht leven van een heilige “echt van bij ons”.

Chronologie:

Damiaan De Veuster werd geboren in Ninde – Tremelo op 3 januari 1840 als zevende kind in een boerengezin met acht broers en zussen. Vanaf zijn vijftiende verdiende hij mee voor zijn familie in het bedrijf van zijn vader, hoewel hij eigenlijk priester wilde worden. Hij liep uiteindelijk college te Braine-le-Comte en trad daarna in bij de Congregatie van de Heilige Harten (Paters Picpussen, naar de straat in Parijs waar de orde gesticht werd: Rue de Picpus) in Leuven, als broeder Damiaan. Hij werd geprofest op 7 oktober 1860.

Hij kreeg toestemming om als missionaris te gaan werken in Honolulu – Hawaï, waar hij op 19 maart 1864 priester werd gewijd in de “Cathedral of Our Lady of Peace “. Toen noemde hij zichzelf al een navolger van Christus de Hogepriester. Hij werkte eerst in het district Puna, later in diverse parochies op Oahu.  Door westerse matrozen en soldaten was de lepra binnengeslopen in Hawaï, en doordat men geen behandeling kende en de ziekte als zeer besmettelijk werd beschouwd, werden de melaatsen uit heel Hawaï verbannen naar het eiland Molokai.  Damiaan vond dat deze uitgestotenen een priester nodig hadden. Hij stelde zichzelf kandidaat en verkreeg toestemming van zijn bisschop om naar Molokai te gaan. Daar kwam hij toe op 10 mei 1876. Er verbleven toen 816 lepralijders, op de geïsoleerde landtong Kalaupapa. Zijn eerste werk bestond erin een kerk te bouwen om de H. Mis te kunnen vieren en als centrum te dienen voor zijn nieuwe parochie. Later volgden de constructie van degelijke huizen, de aanleg van wegen, de bouw van een dispensarium, scholen, een afzonderingshuis voor stervenden, een kerkhof, en vele andere levensnoodzakelijke infrastructuurwerken, om van een verwilderde gemeenschap een goed georganiseerde samenleving te maken. Uiteindelijk telde de parochie St. Filomena twee dorpen waarin 800 tot 1000 melaatsen verbleven. Binnen de relatief korte periode van Damiaans werk (16 jaar) was ze een bloeiend centrum van het christendom geworden.

Damiaan was naast priester ook dokter, ziekenverzorger, timmerman, metser, doodgraver, maar vooral een bezield herder voor zijn gemeenschap van leprozen.

Pater Damiaan (of Father Damien) raakte bekend in de wereld doordat hij op een gegeven moment door David Kalakaua, de toenmalige koning van Hawaï (toen nog geen staat van de USA), benoemd werd tot Ridder Commandeur van de Koninklijke Orde van Kalakaua.  Prinses Lydia Liliuokalani bezocht de nederzetting en bracht de wereld op de hoogte, enerzijds van de ellende van de melaatsen en anderzijds van het formidabele werk van Pater Damiaan.  Protestanten uit de VS en Groot-Brittannië begonnen met het verlenen van subsidies en toelagen; de Anglicaanse Kerk sloot zich hierbij aan door zendingen van voedsel, medicijnen en kleding. De vele brieven van Pater Damiaan brachten een eerste soort ontwikkelingshulp op gang.

De moed van deze missionaris werd eerder erkend door protestantse kerken en verenigingen dan door de eigen orde en de katholieke kerk in Hawaï. Toen hij in 1884 zelf getroffen bleek door lepra slaagden sommigen erin hem te beschuldigen van ontucht, want was lepra geen nevenverschijnsel van syfilis?

Damiaan had ondertussen steun gekregen van een paar priesters en een viertal zusters. Hij bleef doorwerken tussen zijn melaatse broeders, en de ziekte maakte hem tenslotte echt tot één van hen: “We, lepers …” (“Wij, leprozen …”): zo sprak hij zijn parochianen toe nadat hij zijn eigen besmetting had vastgesteld.  Hij werkte voort tot veertien dagen voor zijn overlijden op 15 april 1889.

Verering, zalig- en heiligverklaring:

In 1894, slechts vier jaar na zijn dood, werd in Leuven een standbeeld van Pater Damiaan, van de hand van Constantin Meunier, ingehuldigd.

Op 3 mei 1936 werden de stoffelijke resten van Pater Damiaan in Antwerpen aan land gebracht, na een reis aan boord van het Belgische opleidingsschip Mercator. De missionaris kreeg een graf in de crypte van de St. Jozefkerk te Leuven. Zijn kist werd te voet in processie van Antwerpen naar Leuven gebracht onder massale belangstelling en in aanwezigheid van heel wat politieke en religieuze gezagsdragers.

In 1938 werd het proces tot zijn zaligverklaring opgestart.

Op 7 juli 1977 werd Damiaan eerbiedwaardig verklaard door Paus Paulus VI.

De Zaligverklaring voor de nationale basiliek van Koekelberg door Paus Johannes-Paulus II volgde op 4 juni 1995. Zijn rechterhand werd als relikwie gerepatrieerd naar Hawaï, en begraven in Kalawao-Molokaï op 22 juli 1995.

De heiligverklaring gebeurde op 21 februari 2009 te Rome door Paus Benedictus XVI. De heiligverklaring volgde nadat Audrey Sigushi in 1998 op voorspraak van de Zalige Damiaan genezen verklaard werd van een uitgezaaide longkanker. Bij de heiligverklaring gaf de paus aan dat Damiaan zijn land verlaten had om het evangelie te verkondigen als priester-missionaris. Zijn activiteiten getuigen van een immense naastenliefde, met een grote zelfverloochening, in de wetenschap dat een verblijf tussen melaatsen toen bijna noodzakelijk moest leiden tot het zelf ziek vallen en daaraan sterven. Hij deed dit alles in navolging van Christus en putte zijn sterkte uit de dagelijks opgedragen H. Mis, de biecht en zijn priesterschap in trouw aan de Kerk, zelfs als deze laatste tijdens zijn leven niet altijd even begripvol met hem omging.

Damiaan werd door de Kerk erkend als patroonheilige van melaatsen en aidspatiënten.

Kleine weetjes:

Damiaan De Veuster is de enige niet-Amerikaan met een standbeeld op het Capitool in Washington.

In België heeft hij standbeelden in Leuven, Scherpenheuvel en Tremelo. Een prachtig bas-reliëf is te vinden in de St. Romboutskathedraal in Mechelen.

Prof. Hilde Eynicken schreef een mooi historisch boek over het leven van Pater Damiaan.

Er werden twee speelfilms over Damiaan gemaakt: “Le Pélerin de l’Enfer” in 1946 en “Molokaï ,  The Story of Father Damien“ in 1999, met o.a. Peter O’Toole, Kris Kristoffersen en Jan Decleir. Het project voor een Vlaamse film onder regie van Stijn Coninx is spijtig genoeg nooit gerealiseerd.

Besluit:

Pater Damiaan De Veuster SS.CC. was priester en missionaris. Hij liet zich leiden door zijn grote Hogepriester, Christus, bij zijn missie en werk onder de melaatsen. Zijn menselijkheid, zijn naastenliefde, zijn toewijding aan de zaak der melaatsen van Kalaupapa, zijn strijd om erkenning van de melaatsenkolonie, waren uiteraard “des mensen”. Daarvoor is hij te bewonderen, want het maakt hem tot een groot voorbeeld als mens. Maar wanneer men daarbij zijn roeping, zijn geloof, zijn trouw aan zijn geloften en zijn priesterschap negeert, doet men hem onrecht aan, want alles wat hij deed vertrok vandaar uit. Het doortrok zijn hele leven en kneedde hem tot de heldhaftige heilige, die we nu eren en aanroepen. (*)

L.P.

(*) N.v.d.r. Zo leefden alle heiligen: mensen zoals u en ik, met hun kleinere en grotere hebbelijkheden, maar zichzelf vervolmakend in het licht van Christus. Zij leefden niet voor genot, roem of macht, of om nadien op een voetstuk te pronken, maar in dienst van hun medemensen en in gehoorzaamheid aan onze gemeenschappelijke Vader. We denken hierbij eveneens met diepe eerbied aan de vele minder bekende en soms vergeten missionarissen, die wereldwijd in aartsmoeilijke en gevaarlijke omstandigheden het evangelie hebben verkondigd en voorgeleefd. Hun nalatenschap is niet alleen geestelijk van aard, maar ook materieel. Zij lieten bloeiende kerkgemeenschappen achter, zorgden via onderwijs voor emancipatie, introduceerden nieuwe technieken, enz. Met zijn heldhaftige inzet voor de melaatsen op een afgelegen schiereiland maakte de heilige Damiaan deel uit van een onafgebroken keten van christelijke gezondheidszorg die teruggaat tot Christus zelf, die tweeduizend jaar geleden in Palestina melaatsen en andere zieken genas. In onze steden vinden we nog altijd de sporen terug van de leprozerieën en andere hospitalen uit de middeleeuwen, waarin religieuzen zich belangeloos, met de schamele kennis en middelen van toen, over de zieken ontfermden.  De materiële nalatenschap van Pater Damiaan bleef niet beperkt tot zijn parochie op Molokaï en de geneeskundige voorzieningen aldaar. Hij inspireerde anderen om zijn werk verder te zetten, o.a. via de bekende Damiaanactie, in 1964 te Brussel opgericht, die in 16 landen lepra en andere ziekten zoals tuberculose bestrijdt. Zie https://damiaanactie.be .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s