Het ARM en de seksuele revolutie

HOOFDSTUK 5 (b)

De speerpunten van de seksuele revolutie: anticonceptiva en abortus

  • De laatste satanische stap: de legalisering van abortus provocatus

Aangezien de werkelijkheid niet leidde tot de gewenste ontkoppeling tussen moraliteit of ethiek en seksueel gedrag, bleef er slechts één weg over om die laatste hindernis te omzeilen: de moraliteit zelf te veranderen. Via de religieuze gezagsdragers ging dat niet of nauwelijks, maar wel via degenen die de politieke spelregels dicteren. Politiek en wetgeving zijn immers niet gebaseerd op vaststaande morele regels, maar op veranderlijke beslissingen genomen door volksleiders of democratische meerderheden. 

Het door de duivel geïnspireerde materialistisch ideaal van “zo weinig mogelijk last en zoveel mogelijk lust” verdrong in de geïndustrialiseerde wereld gaandeweg het religieus besef en de erbij horende zin voor verantwoordelijkheid ten aanzien van de eigen en de volgende generaties. In ons land bv. werd de problematiek van “vrouwen in nood” zodanig opgeschroefd dat zij een nooit geziene wettelijke uitzonderingspositie verkregen. Hun beslissing ten aanzien van het levensrecht van hun ongeboren kind werd boven alle verdenking gesteld en is bijgevolg niet aan te vechten, zelfs niet door de verwekker van het kind. Aldus opende men de weg voor de laatste stap: de legalisering van abortus provocatus. Een vergelijkbaar scenario speelde zich vroeg of laat af in de meeste westerse landen. De verschrompeling van het religieus besef zorgde ervoor dat de ingevoerde wettelijke toestemming tot het doden van ongeborenen, in de ogen van velen stilaan ook een moreel recht werd.

Elke geprovoceerde abortus blijft nochtans een fatale aanslag op een mensenleven en op de essentiële bedoeling van het man of vrouw zijn. Hetgeen in abortuscentra gebeurt, is te vergelijken met de waanzin van elke oorlog: men vernietigt de vijand in plaats van de oorzaken van het conflict te onderzoeken en te ontmijnen. Een aborteur handelt als een slechte plastisch chirurg die de vrouw lelijker maakt in plaats van mooier. Om hieraan te verhelpen prutst hij altijd maar verder tot hij haar grondig heeft verminkt. Zo gaat het ook dikwijls bij abortus: de oorzaak van het probleem is niet weggenomen en de vrouw sukkelt van de ene abortus naar de andere.

Uiterlijk lijkt haar probleemsituatie telkens opgelost, maar in werkelijkheid wordt de vrouw extra beladen met zware gewetensproblemen (de eventuele lichamelijke schade die zij opliep laten we hier buiten beschouwing). De bezorgdheid waarmee de vrouw naar het abortushuis wordt geleid staat in schril contrast met die waarmee het post-abortussyndroom wordt aangepakt. Om hun subsidies te kunnen rechtvaardigen hebben bv. de Belgische abortuscentra die nazorg mee opgenomen, maar de resultaten ervan zijn bedroevend. Dat is ook nogal voorspelbaar. Dezelfde instantie die een vrouw bijstaat bij het plegen van een moreel ongeoorloofde daad, gaat nadien haar oprispend geweten trachten te kalmeren…

 De eindfase in deze immorele ontwikkeling is intussen ingezet: de opwaardering van het subjectief “moreel recht op abortus” tot een “universeel mensenrecht”. Aansluitend zal dit logischerwijze uitmonden in een algemene mensenplicht om hieraan alle nodige steun te verlenen en de bestraffing van dokters of andere zorgverleners die zich aan deze “plicht” willen onttrekken. De uitslag van de strijd tussen voor- en tegenstanders van het levensrecht van ongeborenen, die volop aan de gang is vanaf het laagste echelon tot in de hoogste mondiale instanties, zal ongetwijfeld een verstrekkende invloed hebben op het geestelijk klimaat waarin de komende generaties zullen leven.

  • Het standpunt van de Kerk

In 1968 maakte Paulus VI zijn encycliek “Humanae Vitae” (°°) bekend. Hierin herhaalde hij het continue standpunt van de katholieke Kerk dat het gebruik van artificiële voorbehoedsmiddelen een intrinsiek kwaad is en abortus provocatus verwerpelijk (°°°). Dit document ging rechtstreeks in tegen praktijken die intussen ook bij katholieken gemeengoed waren geworden. Ingegeven door de H. Geest, ging het ook in tegen de adviezen van de meerderheid binnen de hiertoe gecreëerde commissie en het bevatte voorspellingen die intussen zijn bewaarheid. De daaropvolgende pausen hebben de encycliek verder toegelicht en bevestigd. Daarentegen was de toelichting vanwege de Belgische bisschoppen, ten tijde van de publicatie ervan, bedroevend zwak. Bevangen door de vrees voor de reacties van vele gelovigen, maakten zij de gehoorzaamheid aan de concrete richtlijnen van de paus ondergeschikt aan een wankele theologische constructie, waarin het “welgevormd geweten” het laatste woord heeft.

De houding die de Kerk voorschrijft aan de gelovige is volledig tegengesteld aan de grondhouding die tot het gebruik van anticonceptiva of tot abortus leidt. Zij onderwijst de liefde tot het leven, dat aanvaardt wordt in zijn totaliteit, met alle lusten en lasten die God erin gelegd heeft. De lusten worden niet onvoorwaardelijk nagejaagd en de lasten worden er niet op een ongeoorloofde manier uit geweerd. Hiertoe is innerlijk evenwicht, inzicht, vertrouwend geloof en verbondenheid met de Schepper vereist.

De Kerk ontkent niet dat er zeer moeilijke conflictsituaties voorkomen en dat mensen met zware problemen kunnen geconfronteerd worden, maar de oplossing hiervan mag nooit ten koste gaan van het fundamenteel respect voor het menselijk leven. We moeten dit respecteren als heilig, want God zelf heiligde het door ons leven te delen in Zijn Zoon. Dit respect verbiedt het gebruik van artificiële middelen om de totstandkoming en de ontwikkeling van nieuw menselijk leven tegen te houden. Artificiële middelen kan de mens gebruiken om Gods schepping zodanig te beheren dat zij in dienst staat van de mens en hij kan daarbij de voortplantingswetten die Gods wijsheid in de natuur legde manipuleren. Bij planten en dieren zijn manipulaties van dien aard tot op zekere hoogte geoorloofd, maar niet als het over menselijk leven gaat. God wil dat wij elk uniek en door Hem persoonlijk geliefd mensenleven, groot of klein, zwak of sterk, jong of oud, respecteren en er zorg voor dragen. Dat is onze existentiële hoofdopdracht.

Als de vruchtbaarheid van een koppel ernstige problemen meebrengt voor het gezin, staat de Kerk toe dat die wordt getemperd door een vorm van onthouding. Een bekend voorbeeld hiervan is de natuurlijke familieplanning. Geconfronteerd met een maatschappij die steeds maar ingewikkelder wordt en steeds hogere psychologische en mentale eisen stelt, is een hedendaags koppel wel verplicht rekening te houden met wat het praktisch aankan ten aanzien van hun kroost. Gods voorzienigheid heeft, zoals steeds, ook hiervoor de oplossing in de natuurwetten gelegd.  In plaats van chemische en andere middelen, gebruikt een consequente christen gelovige de natuurlijke of aangeleerde bekwaamheid tot zelfbeheersing en de kennis die ons leert dat de vruchtbare periode binnen de vrouwelijke cyclus van beperkte duur is. Die kennis is zodanig geëvolueerd dat het perfect mogelijk is om op een gezonde en natuurlijke wijze een gelukkig seksueel leven te combineren met een haalbare kinderwens en onze maatschappelijke verplichtingen (°).

Wanneer vrouwen door omstandigheden zich in een situatie bevinden waarin zij zogezegd moeten kiezen tussen hun eigen noden en het levensrecht van het kind dat in hun schoot werd verwekt, dan zegt de Kerk heel duidelijk dat dit een vals dilemma is. Niet het nieuwe mensenleven mag eventueel “afgebroken” worden, maar de nood zelf moet worden aangepakt. In veel gevallen is die van emotionele of psychologische aard, in andere gaat het over financiële of maatschappelijke problemen. Heel dikwijls ligt het probleem niet bij de vrouw, maar bij haar partner of bij haar omgeving. Een menselijke samenleving die naam waardig, moet te allen tijde klaar staan om voor al die noodsituaties een aanvaardbare oplossing te bieden, onafhankelijk van het feit of het nieuwe leven “gewenst” is, of al of niet buitenechtelijk, gehandicapt, enz.

Iedere mens is evenwaardig en ieder van ons bestond ook zelf op een bepaald ogenblik uit een zich snel en volgens Gods plan vermenigvuldigend klompje cellen. Als men raakt aan het onvoorwaardelijk respect voor dit menselijk leven in AL zijn stadia, verzaakt men aan het respect voor God.  Wie daar bewust geen rekening mee wil houden leeft in vijandschap met Hem. Als die mens geen berouw heeft en na de dood vereeuwigd wordt, maakt hij onherroepelijk deel uit van de geesten die hun Schepper wetens en willens hebben getart. Hij blijft dan afgescheiden van God, zijn oorsprong en normale eindbestemming. Dat is wat wij de hel noemen. Maar degene die God looft, zijn medemensen echt liefheeft en hun leven respecteert en er zorg voor draagt, zelfs al van voor hun geboorte en tot aan hun natuurlijke dood, zal voor eeuwig genieten van Gods heerlijkheid.

Met deze dubbelzijdige waarschuwende en hoopvolle gedachte beëindigen we deze artikelenreeks, waarin we werden geconfronteerd met heel wat dat verkeerd loopt, maar ook altijd verbeterd kan worden.

(°) Meer hierover vindt men o.a. op  http://www.nfp.be/default.asp?iId=EDEDED

(°°) Men kan deze belangrijke encycliek raadplegen onder het thema “Catechese”.

(°°°) De Katholieke Kerk heeft abortus provocatus altijd als een zware zonde bestempeld. Al wie hieraan medewerking verleent, is automatisch geëxcommuniceerd (kan dus niet meer geldig deelnemen aan het kerkelijk leven). Enkel met een berouwvolle en oprechte biecht bij een hiertoe gemachtigde biechtvader kan de excommunicatie opgeheven worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s