Naar een maatschappij van afwezige vaders?

13-06-2015

Het staat uiteraard vast dat elk mensenkind een vader en een moeder “heeft”. Maar dat “hebben” van twee ouders betekent niet noodzakelijk dat die personen er in het leven van het kind ook “zijn”, of dat zij er, buiten hun genetisch aandeel, iets waardevols in achterlaten. Bij de mens, zoals bij de meeste zoogdieren, is de betrokkenheid van de moeder in het voortplantingsproces disproportioneel veel groter dan die van de vader, hetgeen vooral in de eerste levensjaren doorgaans een veel sterkere binding met haar kinderen creëert. In ons land krijgt bij een nakende geboorte niet alleen de vrouw een zwangerschap- en bevallingsverlof. Ook haar partner heeft recht op een aantal dagen vaderschapsverlof. Zodoende kan hij o.a. wat helpen bij een aantal verzorgingstaken. Maar ondanks alle optimistische verhaaltjes over de “nieuwe man” valt het niet te ontkennen dat die taken hem in veel gevallen niet bepaald “op het lijf staan geschreven” en dat de grote meerderheid van het nog niet feministisch geïndoctrineerde mannelijk bevolkingsdeel liever wat steviger karweitjes opknapt dan bv. babybenodigdheden te gaan kopen.

Over de rol van de man in het voortplantingsproces is al wat inkt gevloeid, alhoewel (of misschien juist omdat) die rol zich lijkt te beperken tot het leveren van bevruchtend zaad. Maar is die rol werkelijk zo beperkt? Als men enkel de fysische aspecten van de voortplanting in aanmerking neemt, in de periode rond de allereerste levensfasen, is het antwoord natuurlijk ja. Maar dat is een zeer kortzichtige benadering. Darwinistische wetenschappers worden hierbij geconfronteerd met de vraag waarom de natuur zoveel energie verkwist aan het in stand houden van een mannenpopulatie, terwijl seksloze reproductie op het eerste gezicht veel effectiever is. De Standaard van 20-05-2015publiceerde hierover een uitleg, overgenomen uit Nature, die in feite (zoals zoveel andere sensationele moderne “ontdekkingen”) al heel lang gekend is. De competitie tussen de mannetjes om de vrouwtjes te veroveren creëert een selectiemechanisme dat goed is voor de voortplantingskwaliteit op langere termijn. Die verklaring lijkt volledig juist en past zij daarenboven perfect bij de doctrines van de Darwinistische geloofsbroeders over het leven, waarin de anarchistische factoren competitie en toeval de hoofdrollen spelen.

Als de man/vrouw rollen beperkt worden tot het louter genetische klopt dat plaatje dus, met de man in een kleine bijrol van ondergeschikt belang, vergelijkbaar met die van de darren in de bijenwereld. Maar het leven moet niet alleen ontstaan, het moet ook nog “geleefd worden” en in dat veel langduriger proces bestaan er eveneens karakteristieke vader- en moederrollen, alle gendertheorieën of simplistische “Darwinismen” ten spijt. Wie daarover meer wil weten vindt gemakkelijk zijn gading in de overvloedige beschrijvingen van het dierengedrag en de daarbij horende rolverdelingen tijdens de groei- en leerperiode van nieuwe nakomelingen. Bij de mens reikt dat proces echter veel verder dan een relatief korte tijd na de allereerste levensfasen. In tegenstelling tot de dieren heeft het huidige mensenkind behoefte aan een leerproces van om en bij de twintig jaren om met een zekere slaagkans zijn of haar latere rol te kunnen vervullen, in een leefwereld waarin de abstracte en spirituele elementen in veel gevallen een doorslaggevender belang hebben dan de louter fysische. Er zijn geen wetenschappelijke studies nodig om aan te tonen hoe belangrijk de ouderlijke aanwezigheid is gedurende die opvoedingsperiode. Zelfs lang daarna nog kunnen vader en moeder als rolmodellen en ankerpunten een belangrijke invloed blijven uitoefenen op hun volwassen kinderen.

Terwijl in de dierenwereld de geslachtelijke rolverdeling grotendeels vaststaat binnen een bepaalde soort, is dat bij de mens slechts gedeeltelijk zo. Ook bij de mensen ziet men stereotype gedragingen waarvan men redelijk gemakkelijk het genetisch karakter kan vaststellen, maar daarnaast bestaat er ook een complex en minder vaststaand geheel van aangeleerde gedragingen. Extreme voorbeelden op dit laatste domein vinden we o.a. in hetgeen we “de etiquetteregels” noemen. Maar het is in het eerste domein dat we de basis terugvinden van de karakteristieke rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Meisjes hebben doorgaans een spontane belangstelling voor poppen en kleding en hebben meestal een hekel aan al te ruwe spelletjes, terwijl veel jongens juist hun grootste plezier vinden in het wild ravotten. Mannen zijn over het algemeen ook veel minder spraakzaam of communicatief. Vele mannen hebben een hekel aan winkelen. Zij vertonen gemiddeld een veel hoger risicogedrag, enz. Men moet helemaal geen Darwinist zijn om voor deze typische geslachtelijke gedragsverschillen voor de hand liggende natuurkundige verklaringen te vinden, van functionele en fysiologische aard. Gendertheorieën en andere ideologische rotzooi die deze geslachtelijke grondkarakteristieken ontkennen of ze toeschrijven aan verzonnen culturele factoren, vormen een ernstige bedreiging voor de gezonde psychologische ontwikkeling van kinderen tot volwassenen die hun rol als volwaardige man of vrouw optimaal ter harte kunnen nemen.

In onze geestelijk verstoorde moderne wereld worden zulke ontkenningstheorieën onder andere gecultiveerd in maatschappelijke kringen die een zo “progressief” mogelijk ethisch en cultureel klimaat willen scheppen. Een sterk staaltje hiervan kregen we onlangs voorgeschoteld vanwege een overheidsinstantie waarvan het de officiële taak is om de gezinnen te steunen, namelijk “Kind en Gezin”. Die bestond het om de ganse speelgoedsector aan te manen in hun winkels geen onderscheid meer te maken tussen speelgoed voor meisjes en jongens. Gelukkig was dit buiten het gezond commercieel verstand gerekend binnen deze sector, die helemaal niet gediend bleek met deze ongepaste overheidsbemoeienis. Op de website van de betrokken instelling staat te lezen: “Kind en Gezin wil, samen met zijn partners, voor elk kind, waar en hoe het ook geboren is of opgroeit, zo veel mogelijk kansen creëren.” Blijkbaar moeten de bedoelde partners en de bedoelde kansen ook maximaal ingezet kunnen worden om het natuurlijk seksueel ontwikkelingspatroon van kinderen in willekeurige richtingen te kunnen sturen.  Op aansporing van een of meer seksuologen van dienst? Of in dienst van verborgen ideologische of opportunistische belangen? Op de Vlaamse nieuwszender Eén worden intussen de kandidaat “homofieltjes” in onze jeugd vakkundig naar de “juiste” richting geleid, compleet met de erbij horende danspasjes, exhibitionistisch lijfvertoon en een deskundige uitleg van “Mister gay himself”.  Wie de opvoedkundige kwaliteit van zulke uitzendingen niet kan appreciëren, of er misschien zelfs misselijk van wordt, is totaal “achterhaald”, “verkrampt”, “ultraconservatief”,  “onbarmhartig”, “met oogkleppen”, … 

Er zijn gelukkig in de wereldpers ook andere berichten te lezen. Zij wijzen ons op de grote gevaren die schuilen in de verwaarlozing van een gezonde psychologische ontwikkeling in de richting van een natuurlijk geslachtelijk rollenpatroon. In The Guardian van 9-5-2015 verscheen een interview met psycholoog Philip Zimbardo, professor emeritus van de Stanford University. Hij is coauteur van een nieuw boek met de titel: “Man (Dis)connect” en met als ondertitel: Hoe de technologie saboteerde wat het betekent man te zijn. Waarom hebben jongens vaders nodig? (eigen vertaling). Zijn waarschuwing luidt: “Jongens lopen het risico om verslaafd te worden aan porno, videospelletjes en Ritalin” (X).  In de aanhef lezen we: “In het huidige Verenigd Koninkrijk hebben jongeren aan het einde van hun kindsheid meer kans om een televisie op hun kamer te hebben dan een vader in hun huis. En zelfs als vaders aanwezig zijn, hebben hun zonen niet veel contact met hen: jongens besteden 44 uur voor een TV, smartphone of computerscherm voor elk half uur gesprek met hun vaders.”

De schrijver verwoordt op een plastische, goed geïnformeerde en directe manier zijn grote bezorgdheid over het lot van een groot deel van de huidige mannelijke jongeren, verstoken van het voor hen zo belangrijke vadermodel. Hij haalt zijn voorbeelden vooral uit de VS. en Engeland, maar uit zijn toelichting kunnen we afleiden dat het een wereldwijd fenomeen betreft en zich dus ook in ons eigen land voordoet. Hij geeft een uitleg van het no-nonsense type: “Vaders geven liefde voorwaardelijk. Als je zakgeld wil, als je niet wil dat ik je computer afzet, dan moet je presteren. Dat is altijd de overeenkomst geweest tussen vaders en zonen – je wordt niet aanvaard omdat je bestaat, alleen maar omdat je mijn naam kreeg op je geboorteakte. Je gaat dat doen omdat je wil dat je vader van je houdt en je bewondert. Die centrale bron van excentrieke motivatie is nu verloren gegaan voor bijna één op de twee jongens”. Bij de moeders ligt het helemaal anders: “Moeders geven liefde onvoorwaardelijk – omdat je uit haar lichaam kwam houdt een moeder van jou. Je brengt je schoolrapport naar huis met allemaal “C” quoteringen? Moeder zal zeggen: ‘Het is OK. Mama houdt hoe dan ook van jou. Probeer harder”.

In zijn boek gaat hij regelrecht naar de kern van een ernstig hedendaags probleem. 60 tot 70% van de Afro-Amerikaanse jongens wordt opgevoed in vrouwelijk gedomineerde huishoudens. Een heleboel van de slechte prestaties van zwarte jongetjes op school kunnen toegeschreven worden aan het niet hebben van een vader om eisen en limieten te stellen. Dit zet zich nu ook over op de blanke Amerikaanse gemeenschap. De vraag stelt zich dan waarom meisjes niet evenveel geraakt worden als jongens door de afwezigheid van vaders. Hij antwoordt dat jongens hierop negatief reageren, terwijl meisjes juist harder beginnen te presteren. Zimbardo schat dat er in Groot-Brittannië en de V.S., 5 tot 10 % meer vrouwen dan mannen zijn op vele hogescholen en universiteiten. De cijfers voor België zullen daar waarschijnlijk niet zoveel van afwijken. Gevraagd naar de reden achter dit verschillend gedragspatroon, antwoordt hij: “Jongens zijn nooit zelfreflecterend geweest. Zij zijn gericht op doen en handelen, meisjes zijn meer gericht op zijn en gevoel. De nieuwe wereld van de videospelletjes moedigt doen en handelen aan, maar niet echt denken. Video games zijn niet zo aantrekkelijk voor meisjes.” En pornografie? “Voor meisjes is het gewoon saai. Over het algemeen wordt voor meisjes seks altijd in verband gebracht met romantiek – veel meer dan voor jongens. Voor jongens is het altijd veel meer een visuele en fysieke zaak geweest… Online pornografie is ook veel aantrekkelijker voor jongens dan voor meisjes omdat er – in tegenstelling met de oudere pornografie – geen verhalen meer in zitten. Het gaat alleen nog over fysiek seksueel contact”.

Deze ziekelijke onderdompeling in de online technologie heeft tot gevolg dat jongens nooit elementaire sociale communicatievaardigheden aanleren; nog minder hoe te flirten, een afwijzing te riskeren of een date te vragen. Zodoende worden ze opgezadeld met een nieuwe vorm van sociale verlegenheid. “Het is altijd al moeilijk geweest voor jongens om met meisjes te praten, omdat je nooit zeker weet wat ze willen, of wat hun agenda is. En nu wordt dit, zonder proberen of praktijk, nog moeilijker. Dat is een reden (te meer) om je terug te trekken in een virtuele wereld”. Mannen die niet meer geïnteresseerd zijn in echte seks worden in Japan “soshoku danshi” of “herbivore mannen” genoemd. Zimbardo vreest dat zulke mannen meer en meer een mondiaal fenomeen zullen worden en dat, als gevolg van het feit dat online pornografie steeds meer interactief wordt, levensechte romantische relaties voor hen nog minder aantrekkelijk zullen worden.

Er is nog een ander aspect dat de groei van deze problematiek nog meer stimuleert. In de V.S. zijn 90% van de leraren in het basisonderwijs vrouwen, terwijl in het Verenigd Koninkrijk slechts één op de vijf leerkrachten een man is. “Vrouwelijke leerkrachten kunnen prachtig zijn, maar ze staan model voor vaardigheden waarin meisjes goed zijn. Zij houden niet van rondrennende jongens. Ten gevolge van financiële tekorten schaffen zij de turnlessen af, zodat jongens de tijd niet krijgen voor lichamelijke activiteiten”. Hij vertelt over schoolkinderen die dagboeken moeten schrijven als opsteltaak: “Jongens schrijven geen dagboeken! Het ergste wat ik mij kan voorstellen als een geschenk aan een jongen is een dagboek”. In dergelijke “gefeminiseerde” scholen vervelen jongens zich en maken zij 5 maal meer kans dan de meisjes op een diagnose dat zij lijden aan ADHD (attention deficit hyperactivity disorder, of aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis), waarna hen Ritalin (of Rilatine) wordt voorgeschreven, een verslavende drug. Het gaat hierbij over “big business” voor de farmaceutische industrie, die bijgevolg de leraren aanmoedigt om zulke diagnose te stellen en kinderen naar het medisch personeel te sturen, waar zij die drugs krijgen.

Zimbardo stelt enkele remedies voor, maar maakt zich geen illusies dat zij ook werkelijk zullen aangewend worden: meer mannelijke leraren, meer stimulansen om jongens- en mannengroepen op te richten, waar jongens de mannelijke begeleiding krijgen die zij elders missen, hervormingen van de sociale voorzieningen om vaders te stimuleren in de familiale kring te blijven, geldinzamelingen voor videospelletjes die minder gewelddadig zijn en meer samenwerking vereisen, ouders die met hun zonen over seks en relaties praten, zodat ze geen porno zouden gebruiken als vervanging voor het echte leven. Zijn favoriete suggestie om jongens uit de isolatie van de virtuele wereld te houden, is om kinderen te leren dansen. “Op een dans zie je meisjes dansen met elkaar. En als je als jongen tot een meisje zou zeggen ‘Wil je dansen?” zou je populair zijn. De meeste dansscholen zijn voor oudere paren, maar er zouden dansscholen voor tieners moeten zijn”.

Zimbardo eindigt zijn betoog met een bedroevende anekdote. Hij nam onlangs deel aan een documentaire over jongens, genaamd “The Mask you live in” (Het masker waarin je leeft). In een scène geeft een Amerikaanse leraar aan een groep jongens elk een cirkel van papier. Aan de ene kant schrijven zij daarop wat hun imago is en aan de andere kant wat zij voelen. Dan persen ze het papier samen en gooien het naar een ander kind. “Wat ze schreven was allemaal hetzelfde.” zo herinnert Zimbardo zich, “aan de buitenkant stond: ‘Taai. Onverschrokken. Een schop onder je kont’. Aan de binnenkant: ‘Eenzaam. Triest. Kreeg geen vrienden.’ Alle jongens waren verbijsterd dat de anderen hetzelfde voelden.

Hoe goedbedoeld en waarheidsgetrouw dit boek ook geschreven is, toch menen wij dat er een dimensie aan ontbreekt. Er is namelijk nog een andere afwezige vader, waarover niet wordt gesproken: de Hemelse Vader, die ons als model zijn Zoon zond.  Op vele plaatsen in de moderne wereld wordt er geleefd alsof Hij niet bestaat en alsof zijn Zoon Jezus nooit voor ons heeft geleden. Zijn woord en voorbeeld wordt niet meer of nog ternauwernood onderwezen in vele gezinnen stammend uit een christelijke traditie en in onderwijsinstellingen met een overgeleverde christelijke benaming. Nochtans is het Hij het die, ook nu nog, het best in staat is om alle vormen van eenzaamheid en verslaving uit onze harten en zielen te bannen: Hij die de incarnatie was, is en blijft van de zelfopofferende liefde.  Laten wij ons tot Hem wenden met de vraag om redding voor de verloren en eenzame zonen van onze tijd, om bekering van de vaders die hun kroost in de steek lieten en om genezing voor de geestelijke verblindingen en verslavingen waaraan onze wereld ten onder dreigt te gaan.

(x) Zie:  http://www.theguardian.com/lifeandstyle/2015/May/09/Philip-Zimbardo-Boys-are-a-Mess .

Ritalin = Rilatine (bij ons): een opwekkend middel dat verslavend werkt en enkele gevaarlijke bijwerkingen kan hebben. Het wordt o.a. gebruikt tegen ADHD en in de sportwereld.

Het boek van Philip Zimbardo en Nikita D. Coulombe wordt uitgegeven door Rider en kost £12,99. Men kan een kopie bestellen voor £10,39 op bookshop.theguardian.com , of door te bellen naar +44 (0)330 333 6846.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s