België

Bedenkingen na het heengaan van Etienne Vermeersch

Belgisch promotor van de doodscultuur (02-05-1934 tot 18-01-2019)

02-07-2020

Twee citaten van de voormalige professor Wijsbegeerte, uit een gesprek met documentairemaakster Lieve Blancquaert, anderhalf jaar voor zijn euthanasie:

“Dat zo veel mogelijk mensen door mijn werk afvallig worden, dat zou ik positief vinden.”

“In het Midden-Oosten kwam Zarathustra met de idee van de wederopstanding van de doden op het einde der tijden. Daar zullen de goeden beloond worden in het paradijs en de slechten gestraft in de hel. Die leer is in de tweede eeuw voor Christus in het jodendom binnengeslopen. Want in het Oude Testament bestaat het leven na de dood helemaal niet. De meeste christenen weten dat niet. Het was pas onder invloed van Zarathustra dat dat het jodendom, christendom en dan de islam is binnengedrongen.”

Wat Etienne Vermeersch in het laatste citaat beweerde, wordt ook bevestigd door nogal wat modernistische theologen. Maar zoals zovele van zijn antigodsdienstige argumentaties is ook die bewering gemakkelijk te weerleggen, bv. door te verwijzen naar het Oudtestamentische verhaal over de profeet Elia, die optrad tijdens de regeringen van Achab en Achazja (870 tot 850 v.C.). Bij zijn dood zou hij in een hemelse wagen of wervelwind ten hemel zijn opgenomen. De Joden geloofden in zijn wederkomst, voorafgaand aan de komst van de Messias, o.a. op basis van een voorspelling van de profeet Malakias (levend vóór 445 v.C.). De profeet Ezekiël, gestorven in 571 v.C. profeteerde over de heropstanding (Ez. 37: 1-14). Zie verder ook Jb. 19:25, Ps. 73, Js. 26:19 en vooral Dn. 12:2.

Zarathustra, een nogal mythische figuur, leefde lang voordien ergens tussen het huidige Iran en India. Het lijkt een eerder geforceerde en vreemde stelling dat zijn veronderstelde invloed op het Joods geloof pas eeuwen na de Babylonische gevangenschap, tijdens dewelke een groot deel van de Bijbel werd neergeschreven, plots zijn intrede zou hebben gedaan. De hierboven vermelde Bijbelpassages spreken dit tegen. Meer redelijk lijkt ons om te veronderstellen dat het geloof in een eeuwige beloning en straf steeds op een onafgewerkte wijze aanwezig is geweest in de gelovige traditie van het volk van God (de afstammelingen van Abraham). Dat was ook het geval bij andere volkeren (zoals in het Oude Egypte) of plaatselijke zieners (bv. Zarathustra).  Gaandeweg is onder invloed van mensen met profetische gaven dit geloof uitgediept. Het is uiteindelijk Christus die ons met zijn leer en daadwerkelijke wederopstanding de volledige waarheid heeft onthuld over Gods plan met ons na de dood.

Het oeuvre van Etienne Vermeersch, of beter de rode draad in zijn conclusies, kan grofweg beschreven worden als een reeks ijdele wijsgerige pogingen om de realiteit, in haar geheel en met haar ontelbare aspecten, te vatten met zijn ratio. Het praktische resultaat van zulke pogingen is onvermijdelijk dat men de realiteit reduceert tot wat het menselijk brein kan of wil vatten. De waarlijk grote geleerden hebben steeds goed beseft dat het allesomvattende weten een verraderlijk fata morgana is, dat kan leiden naar wijsgerig of ideologisch fanatisme en kortzichtigheid.

De bewering van Etienne Vermeersch dat hij kon bewijzen dat God niet bestaat en dat hij dit bewijs in zijn onvoltooid “opus magnus” (over het begrip “informatie”) ook effectief zou leveren, is een uiting van dat soort fanatiek of obsessief rationalisme. Hij maakte in zijn oeuvres o.a. een karikatuur van de God van het christendom en stelde zichzelf op ethisch vlak de facto in de plaats ervan. Als ex-kandidaat-jezuïet had hij beter moeten weten en zijn onvermogen tot Godsgeloof niet klakkeloos mogen omzetten in drogredeneringen, die voor materialistische of minder kritische geesten gemakkelijk te slikken zijn, maar over het algemeen ook gemakkelijk te weerleggen.

Het ergste was dat hij de consequenties van zijn rationele conclusies met wisselend succes aan onze maatschappij trachtte op te dringen en te verheffen tot gelegaliseerde “ethische principes”, gestoeld op het ideaal van een totalitair zelfbeschikkingsrecht. Algemeen wordt aangenomen dat hij een belangrijke rol speelde in de totstandkoming van de huidige Belgische wetgeving in verband met abortus en euthanasie. Gelukkig voor zijn imago wist hij zijn oorspronkelijk permissieve ideeën over pedofilie op tijd in de koelkast te stoppen, mede ten gevolge van de spontane volksreactie na de gruweldaden van Marc Dutroux.  

Natuurlijk wordt hij postuum verheerlijkt door de meeste toonaangevende denkers van ons landje, alhoewel zij moeten toegeven dat hij internationaal vrij onbekend is gebleven. Ons legertje vrijdenkende en vooruitstrevende opiniemakers reageerde op een gelijkaardige adoratieve wijze als bij de dood van schrijver Hugo Claus in 2008 die, evenals hijzelf, gebruik maakte van het eigenlijke “opus magnus” van Etienne Vermeersch: de invoering van de euthanasiewet, de toegangspoort tot een legaal gefaciliteerde zoete of zachte zelfmoord.

In de context van de herdenkingen van deze twee gelauwerde Vlaams-Belgische “grootheden” is het door hen gepromote sceptisch en realistisch denken en spreken blijkbaar minder van toepassing. Dat is begrijpelijk want beiden genoten tijdens hun leven voortdurend van een grote mediabelangstelling en iedere strekking heeft behoefte aan herauten. Het blijft altijd handig om in debatten naar hun progressieve of antikerkelijke uitspraken te verwijzen, als komend uit de gezaghebbende mond of pen van een van onze erkende vrijzinnige halfgoden.

Als gelovige christenen doen wij best niet aan idolatrie ter bevestiging van het eigen groot gelijk. Wij vereren heiligen niet om hun uitspraken of inzichten, maar om hun moreel voorbeeldige levenswandel. Anderzijds veroordelen wij ook niet onze tegenstanders.  Liever bidden wij God om erbarming over Etienne Vermeersch, promotor van de vroegtijdige dood van heel wat van zijn schepselen. Mocht hij de kans krijgen om in het hiernamaals informatie te vergaren over het wezenlijke verschil tussen goed en kwaad en het hieraan gekoppelde respect voor het menselijk leven, om die dan naar zijn aardse volgelingen door te sturen: dát zou als resultaat een echt “opus magnificus” kunnen opleveren.

Één reactie op “België”

Als het er op aankomt mee te zijn met de tijd, homoseks en homoseksuele relaties goed te keuren, laat het Belgisch episcopaat van zich horen, vooral bij monde van bisschop Bonny. Dit terwijl hun kerken verder leeglopen, en ze de Schrift, de paus en een hoge Vaticaanse Commissie negeren of tegenspreken.

Maar als het er op aankomt de gelovigen en tenslotte alle mensen op te roepen tot een leven waarin God een belangrijke plaats inneemt, tot een leven waarin de zondagse Eucharistie een must is, dan zijn ze niet thuis en hoor je ze niet.

De mode van de dag volgen, inclusief allerlei aberraties, is altijd gemakkelijker dan de authentieke christelijke boodschap concreet verspreiden.

Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s