België

Het eigenzinnig geloof van Professor Rik Torfs

Kerstdag 2013, Radio 1, programma “Wintergasten”, gastheer: Lieven Vandehaute, gast: Rik Torfs

Uit een reactie op dit interview, op de website van Radio 1, vanwege een ongelovige:

“… de antwoorden echter van Rik Torfs waren – zoals we gewend zijn van intellectuele katholieken – handig met hoog intellectueel, filosofisch en vaag gekunstel rond de pot draaiend en een soort van typisch katholiekfilosofische ‘schijnwijsheid’ opvoerend. Zeer ergerlijk…”  

Deze reactie is uiteraard ingegeven door een diep antikatholiek sentiment en bijgevolg overdreven, maar toch kan zij minstens gedeeltelijk beaamd worden door katholieke luisteraars die niet “amused” zijn met de lichtvoetige oneliners en woordspelingen, waarmee de “katholieke” rectorhumorist van de “katholieke” Leuvense universiteit van het katholiek geloof zijn persoonlijke potpourri maakt.

Op dogmatisch gebied weet hij zich nog net buiten het gebied van de regelrechte ketterij te houden, maar op ethisch gebied voelt hij zich geenszins gebonden door de leer van “het kerkelijk instituut” en debiteert hij ongegeneerd zijn hoogst persoonlijke opvattingen, hier en daar wel degelijk “rond de pot draaiend”, als de brei te heet wordt. Samenvattend kan men zeggen dat wat deze man inspireert zeker niet als een rotsvast geloof kan beschouwd worden, maar dat het meer weg heeft van een mengeling van aardse en bovenaardse hoop, overgoten met een heel dunne geloofssaus. Het is een zweverig allegaartje dat zich situeert tussen een (Leuvense) vorm van protestantisme en een religieus getinte filosofie, of kortom: een vorm van wat we het “modernisme” noemen. Laten we dit illustreren aan de hand van enkele zijn antwoorden.

Op de vraag wat hij dacht van lesbiennes die een kind willen hebben, antwoordde hij dat een katholiek geen morele waardeoordelen mag hebben. Hij heeft daar geen problemen mee  en laat dit aan de artsen over. Die opstelling rechtvaardigt hij aan de hand van de brieven van Sint Paulus, die het geloof als een “bevrijding” voorstellen! Ofwel heeft hij niet te veel tijd gespendeerd aan de studie van deze apostolische brieven, ofwel heeft hij van alles tussen de lijnen gelezen dat er niet staat, met weglating of weginterpretatie van wat hij er liever niet in ziet staan. Op basis van het aldus bekomen “bevrijdingsgeloof” verklaart hij zich ook voorstander van de vrije keuze bij euthanasie (zolang dit met de nodige wettelijke “zorgvuldigheid” gebeurt en elke vorm van dwang of beïnvloeding uitgeschakeld wordt). Hij merkt terecht op dat de staat van beschaving afhangt van hetgeen men doet voor de meest weerlozen. Maar hij maakt nergens duidelijk hoe dat in zijn werk moet of kan gaan, als men per se ieders “vrije keuze” wil respecteren.

Op liturgisch vlak zijn de door hem gehanteerde criteria voor een goede mis: niet te hoogdravend, begeleid met goede gezangen, met een goede preek (kort, met een beetje humor). Criteria die in verband staan met het essentieel transcendent karakter van de H. Mis, schijnen hem niet te interesseren. Op de vraag waarom hij naar de mis gaat, is zijn antwoord: om de routine te doorbreken, omdat men er gewoon kan zitten en omdat er helemaal niets moet.

Kerstmis is niet zijn geliefkoosd feest. Hij heeft liever Pinksteren, want de H. Geest is voor hem de Goddelijke Persoon “die het minst lijkt te lijden onder zijn eigen existentie” en dus voor hem de sympathiekste. Wat hij daar precies mee bedoelt is niet duidelijk (misschien een goede vraag voor een volgend interview).

Als antwoord op de vragen over zijn visie op God in het algemeen, illustreerde hij zijn kijk met plastische en goed geformuleerde voorbeelden (“Men kan God vinden tussen de kieren van een muziekstuk” of in “een prachtig berglandschap”, waarin men “flarden ervaart van wat ons overstijgt”). Naar zijn mening is elke definitie van God een verenging van wat Hij waarlijk is. God bevindt zich volgens hem op het kruispunt tussen de rede en het gevoel. Hier geeft hij dus (ook) antwoorden die niet in contradictie zijn met het katholiek geloof. Handelend over het hiernamaals, zei hij dat het gaat over “de hoop op iets”, zonder dat we kunnen weten waaruit dat “iets” bestaat.  Dat is dan weer onbevredigend vaag, zeker voor iemand die verondersteld wordt over dit belangrijk geloofspunt te hebben nagedacht.

De welbespraakte rector werd geconfronteerd met enkele “kerstvragen” van zijn atheïstische vrienden. Om te beginnen natuurlijk van de onvermijdelijke Etienne Vermeersch, die hem vroeg wat zijn opinie was over de historische werkelijkheid van het lege graf in het evangelisch verrijzenisverhaal. Hierop demonstreerde Rik Torfs weer een hoogstaand staaltje van de kunst van het ontwijkend antwoorden, of van het suggererend niets zeggen, over een onderwerp dat door dezelfde St Paulus, waarnaar hij blijkbaar zo graag refereert, van fundamenteel belang werd genoemd. Hij gelooft “dat Christus op zo’n manier is gestorven dat de dood niet het einde was”, maar wat dit concreet betekent weet hij niet en hoeft hij ook niet te weten. Hij constateert gewoon dat “er geen lichaam meer lag” en dat symboliseert volgens hem het feit dat de dood niet het laatste woord heeft. Voor hem is de verrijzenis van het lichaam niet de essentie, maar het feit dat de ideeën van Christus zijn blijven voortbestaan. (Een stelling die op heel wat niet verrezen mensen van toepassing kan zijn – n.v.d.r.).

De interviewer antwoordde hierop: “Als we niets weten (over wat er met het lichaam van Christus is gebeurd) dan kunnen we er maar beter een mooi verhaal over verzinnen”. Waarop Rik Torfs: “Dat doen we toch altijd, dat is de kern van de litteratuur, van de liefde, van het leren …”. Interviewer: “… van het geloof?”. Torfs: “… van al wat wezenlijk is”. Een zeer verstrekkende en weinig wetenschappelijke stellingneming want zij houdt in dat gefantaseerde werkelijkheden belangrijker zijn dan de waarneembare realiteit en zij laat vermoeden dat Torfs de lichamelijke verrijzenis van Christus eerder tot de eerste categorie rekent. Dat valt trouwens binnen de lijnen van de verwachting, in het licht van zijn vroegere uitspraken over wonderen en andere geloofspunten.

De volgende kerstvraag kwam van Siegfried Bracke: “Wat gaat er gebeuren met de mensen die geboren zijn vóór Christus?”. Hij had die vraag al eens gesteld aan zijn onderpastoor, toen hij 10 of 11 jaar was en had als antwoord gekregen: “Is dat nu de vraag van een misdienaar?”. (Akkoord, dit antwoord is onbevredigend en niet bepaald bevorderend voor het geloofsleven van een jong knaapje). Het antwoord van Rik Torfs klinkt in ieder geval beter: “Een genereuze God laat niemand in de steek” en verder: “Daar zijn in het verleden allerlei vragen over gesteld”, ook o.a. over “wat met de ongedoopte kinderen?”. Interviewer: “Voor hen werd het voorgeborchte uitgevonden”. Torfs: “De vorige paus vond dat het voorgeborchte niet bestaat”. Zelf vindt hij de idee ervan ook zo “kleinburgerlijk” en hij vervolgt: “Dit zijn vragen uit een tijd die alles plastisch en concreet zag”. Onze commentaar: hij had er gewoon op kunnen wijzen dat de katholieke Kerk ook heiligen kent van vóór Christus (o.a. Adam en Eva) en dat de ongedoopte slachtoffertjes van Herodes herdacht worden op 28 december als de “Heilige onschuldige kinderen”.

Interviewer Lieven Vandenhaute liet eveneens een opname horen van een optreden in Londen (2009) van de komediant Stephen Fry, waarin deze artiest de Kerk besmeurde en belachelijk maakte. Hij sleurde er natuurlijk het kindermisbruik bij, alsof dit enkel in de Kerk had plaatsgevonden, zelfs suggererend dat dit typisch is voor een instituut beheerd door celibatairen. Hij noemde katholieke religieuzen “sexual disfunctional people”, die een neiging hebben of cultiveren tot homofobie en kinderverkrachting. Antwoord van Torfs: de Kerk is een menselijk instituut en Fry heeft gelijk als hij het heeft over de gevaren van de “machtsconcentratie” in dat instituut.  Als een priester celibatair moet zijn is hij afhankelijk van de hiërarchie, terwijl er, als hij een partner heeft, ook een andere pool is in zijn bestaan (hetgeen hem onafhankelijker maakt van het “instituut” – n.v.d.r.). Toch ziet Torfs “nog positieve kanten” aan de Kerk, maar er is “nog heel wat werk voor de boeg”…  

Vervolgens werd het onderwerp “Oorlogen over God” aangesneden. Hierin neemt Rik Torfs een aanvaardbaar standpunt in. Oorlogen zullen er altijd zijn, maar het verband met God is flinterdun. O.a. in Ierland ging het in feite over oude vetes die onder de dekmantel van de religie werden uitgevochten.

Er volgde dan een uitwisseling waarin Rik Torfs betreurt dat “godsdienst vaak wordt vereenzelvigd met moraal en het streven naar een “extreme deugdzaamheid”. Wat het hiernamaals betreft: daar hoopt hij wel op, kiezend voor de “onzekerheid van het wankele geloof”. Hij vindt het verder positief om in God te geloven, omdat je dan minder neiging hebt om zelf voor God te spelen en meer terughoudendheid om iemand definitief te veroordelen. (Dat zijn natuurlijk positieve neveneffecten, maar zij missen elke diepgang in het denken over de wezenlijke aanzet tot een gelovige godsdienstige levenswijze, of over het geestelijk belang en de verdiensten hiervan).

Rik Torfs werd verder nog aan de tand gevoeld over de “K” van de KU Leuven. Heeft zij geen wetenschappelijke achterstand meegebracht, bv. op het gebied van IVF en dergelijke? Hier houdt de rector zich gewoon van de domme. Wetenschappers mogen in zijn universiteit vrij hun weg gaan, zolang zij rekening houden “met de beperkingen van hun goed gevormd geweten”.  Hij steunt zich naar eigen zeggen hierbij op een aloude katholieke traditie, waarin het eigen geweten het laatste woord heeft. Dat men op die basis in de praktijk zo ongeveer alles kan goedpraten, is iets wat deze kerkjurist blijkbaar niet wil snappen of gewoon negeert.

Één reactie op “België”

Als het er op aankomt mee te zijn met de tijd, homoseks en homoseksuele relaties goed te keuren, laat het Belgisch episcopaat van zich horen, vooral bij monde van bisschop Bonny. Dit terwijl hun kerken verder leeglopen, en ze de Schrift, de paus en een hoge Vaticaanse Commissie negeren of tegenspreken.

Maar als het er op aankomt de gelovigen en tenslotte alle mensen op te roepen tot een leven waarin God een belangrijke plaats inneemt, tot een leven waarin de zondagse Eucharistie een must is, dan zijn ze niet thuis en hoor je ze niet.

De mode van de dag volgen, inclusief allerlei aberraties, is altijd gemakkelijker dan de authentieke christelijke boodschap concreet verspreiden.

Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s