Rome

Op hoop van zegen…?

06-05-2021

De storm lijkt wat geluwd rond het “Responsum” van de Congregatie van de Geloofsleer op de vraag of het al dan niet toegelaten is om een zegen uit te spreken over de relatie tussen personen van hetzelfde geslacht.  Sommigen konden echter geen dag wachten om hevig en emotioneel te reageren en hun totale afkeer te uiten over het besluit dat vanuit de Congregatie voor de Geloofsleer werd geformuleerd.  Ze kregen hiervoor uiteraard alle lof en steun van Vlaamse politici, media en de LGBTI-lobby.

In een dergelijke sfeer wordt het moeilijk om op een serene en evenwichtige wijze de inhoud en doelstelling van het antwoord op een gestelde vraag in zijn juiste context te plaatsen.  Als men dit toch waagt, krijgt men onmiddellijk een lawine van verontwaardiging over zich heen.  Erger nog, men wordt beschuldigd van discriminatie tegenover mensen die zich in een homoseksuele relatie bevinden en gecatalogeerd als een verwerpelijke conservatief met een archaïsche katholieke moraal.  Men zou zich bewust afsluiten voor een nieuwe wind die sinds enkele decennia waait binnen de moraaltheologie en die alle klemtoon legt op de intentie waarmee en de situatie waarin een handeling wordt gesteld.  

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft het huwelijk vernieuwd en verfrissend geformuleerd als de plaats bij uitstek waar de onderlinge liefde wordt beleefd.  Met deze vernieuwde en verruimende visie mogen we echt gelukkig zijn. 

Deze onderlinge liefde wordt ook beleefd door mensen van hetzelfde geslacht die mekaar oprecht liefhebben en zich daarin ook willen engageren, en die men graag met een kerkelijke zegen bevestigd zou willen zien.

Wanneer de kerk haar zegen uitspreekt over een kerkelijk huwelijk wordt dit huwelijk niet exclusief gezien als een onderlinge liefdesrelatie maar ook als een relatie tussen een man en een vrouw, en tezelfdertijd met God, en waarbij de openheid voor kinderen door het hebben van onderlinge seksuele betrekkingen een inherent kenmerk vormt. Een concrete biologische onmogelijkheid om kinderen te krijgen binnen een dergelijk huwelijk, hetzij omwille van onvruchtbaarheid, hetzij omwille van leeftijd, doet daaraan geen afbreuk, want het wijzigt niet de wezenskenmerken van het huwelijk als institutie. Door velen wordt deze definitie van het huwelijk reeds als een uiting van kerkelijke homofobie of discriminatie beschouwd.  Paus Franciscus heeft echter de gelijkwaardigheid van homoseksuele mensen en hun onvoorwaardelijke aanvaarding, liefde en ondersteuning en de mogelijkheid voor een wettelijk samenlevingscontract in het burgerlijk rechtssysteem duidelijk bevestigd.

De Kerk keurt echter geen seksuele relaties buiten het huwelijk tussen een man en een vrouw goed, noch voor hetero’s, noch voor homo’s omdat ze niet beantwoorden aan Gods geopenbaard heilsplan en dus objectief niet ‘geordend’ zijn.  De Kerk noemt deze zondig omdat ze indruisen tegen de ‘natuur’ van de mens waarbij seksualiteitsbeleving binnen het kader van het huwelijk plaatsvindt.

Maar ‘zonde’ (een ‘objectieve’ inbreuk) moet onderscheiden worden van persoonlijke ‘schuld’. Er kunnen tal van factoren zijn (bv. geaardheid) die schuld verminderen of zelfs wegnemen, maar dat betekent niet dat er geen ‘zonde’ is.

Wanneer de kerk omwille van haar visie op het huwelijk een seksuele relatie tussen partners van het gelijke geslacht niet kan goedkeuren, kan van haar moeilijk verwacht noch geëist worden dat ze daarover een zegen uitspreekt. 

De vraag stelt zich wat er nu verkeerd zou kunnen zijn bij een zegening van deze homoseksuele relatie?  Er zijn toch vele zegeningen die men uitspreekt en die helemaal geen sacramentele waarde hebben!  Zulke zegeningen worden dan “sacramentaliën” genoemd.  Zo heeft men alleen al in de religieuze wereld de abts- of abdiszegening, de maagdenwijding en ook de religieuze professie.  Dit zijn geen sacramenten, maar ze wijden wel de persoon op een bijzondere wijze toe aan God, en deze toewijding ontvangt een zegen. En er kunnen ook personen en voorwerpen worden gezegend om hen onder de bijzondere bescherming van God te plaatsen of om deze voorwerpen een religieuze functie te geven.  Deze personen of voorwerpen op zich hebben geen enkele morele waarde.  Maar bij al deze voorbeelden gaat het om personen die zich willen toewijden in de dienst van God, die een leven in lijn met het Evangelie willen leiden en daar ook consequent proberen naar te leven; of het gaat om voorwerpen die een religieuze functie verkrijgen. 

Een zegening van een homoseksuele relatie, zelfs van de orde van een sacramentalium, zou echter impliciet een goedkeuring inhouden van deze relatie, hetgeen volgens de leer van de kerk niet mogelijk is.

Is dit alles een ongeoorloofde discriminatie en een uiting van kerkelijke homofobie? Geenszins, zoals hoger al vermeld. Een gelijkwaardige behandeling van mensen als persoon vereist geen uniformiteit, en gelijkwaardigheid vereist geen goedkeuring van alle handelingen.

Komt de kerk dan pastoraal tekort als ze dergelijke zegen weigert?  Wanneer alles nu wordt toegespitst op het al dan niet uitspreken van deze zegen lijkt het inderdaad dat de kerk hier een pastorale nalatigheid begaat en mensen in de kou laat staan en mensen uitsluit.

Is het uitspreken van een zegen echter de enige manier om mensen pastoraal nabij te zijn? Dit lijkt wel op een tunnelvisie waarbij alles op deze zegen wordt toegespitst en al de rest daaraan wordt gekoppeld. Er zijn zovele wegen om mensen pastoraal nabij te zijn en ook een rol te geven in het kerkelijke gebeuren, wat vandaag ook ruim gebeurt, zonder dat dit moet afhangen van een zegen. Laten we ook niet vergeten dat de Kerk de opdracht heeft tegelijk “Mater et Magistra” te zijn, moeder en leermeester.  Deze twee kunnen niet van elkaar gescheiden worden. Maar ze zijn wel heel aanvullend voor mekaar en hebben mekaar nodig.  Dat maakt dat men pastoraal heel ver kan gaan, maar ook de limieten moet blijven kennen en respecteren die de leer aanbrengt.  Een leer kan niet worden opgeofferd om louter pastorale redenen.  We zien bij Jezus een volstrekt evenwicht tussen de leer en de pastorale benadering. 

Daarmee beweer ik niet dat we over de kerkelijk leer en Vaticaanse documenten niet mogen discussiëren, maar deze onmiddellijk aanvallen en verdacht maken als komende uit een achterkamertje van een groepje duistere fundamentalisten is intellectueel niet correct en oneerlijk. De liefde voor de kerk verdient beter en de vraag kan gesteld worden in hoeverre dergelijke uitspraken gestuwd en geïnspireerd worden vanuit ideologische en politieke hoek door groepen die zich minder bekommeren om het welzijn en geluk van homoseksuelen dan om de strijd tegen de kerk en de vernietiging van de christelijke moraal. Zullen we van de Kerk over enige tijd ook de zegen eisen over het ‘recht op kinderen’ voor een lesbisch koppel via medisch begeleide voortplanting of via draagmoederschap voor een mannelijk homokoppel?  Wanneer ook dit debat op regelmatige tijdstippen ‘gemediatiseerd’ en ‘geëmotionaliseerd’ wordt, zal ook hier de roep om een kerkelijke goedkeuring niet lang uitblijven.

Nog een laatste bedenking. Het responsum is ook niet alleen geschreven voor Vlaanderen, maar voor de wereldkerk. Laten we toch de pretentie varen om te denken dat alleen onze visie de enige juiste is en daarbij de anderen meewarig als middeleeuws te beschouwen.   Een beetje meer eerbied voor andere culturen zou ons sieren, ook op dit vlak.  We hebben een terechte afkeer tegenover bepaalde praktijken uit het koloniale tijdperk.  Maar worden vandaag soms niet dezelfde koloniale praktijken – maar dan op een meer subtiele en verdoken wijze – gehanteerd wanneer we vanuit het Westen bepaalde van onze ideeën manu militari aan het Zuiden willen opdringen? En daarmee vergoelijken we geenszins homofobe houdingen en uitlatingen die ook in andere continenten nog kunnen voorkomen, wel integendeel.

Zeker wanneer we – ook in Vlaanderen – als de Kerk van Christus de katholiciteit (wat overeenstemt met het geheel) belijden, worden daar twee dingen mee bedoeld: de gehele wereldwijde en universele Kerk enerzijds die het gehele, ware en echte geloof verkondigt anderzijds. Kerkelijke gemeenschappen die slechts een deel van de waarheid uitkiezen of slechts willen fungeren voor een bepaald volk, een bepaalde cultuur of een bepaalde bevolkingslaag kunnen als dusdanig geen aanspraak maken op het predicaat ‘katholiek’. Dit is een fundamentele basisgedachte van de ecclesiologie – dit even ter herinnering voor de ‘kerk’-mensen onder ons -.

Misschien mogen we al bij al nog tevreden zijn met het responsum, minstens omdat het ons de gelegenheid geeft om een aantal zaken tegenover mekaar af te wegen en zo tot een meer genuanceerde en tegelijk uitgeklaarde visie te komen. 

Bepaalde reacties op het responsum gaan zeker in deze richting, terwijl andere zich louter fixeren op het verdedigen van de eigen visie.  Dit laatste is een valkuil waar we ons allen moeten voor hoeden.

Br. René Stockman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s