Wetenschappelijkheid en godsdienstige verschijnselen

08-08-2020

Het lijkt ons noodzakelijk om enkele gangbare misverstanden weg te werken over “wetenschappelijkheid” in geloofskwesties. Wetenschappelijk zijn alle stellingnames of bevindingen die betrekking hebben op het tijd- en ruimtegeheel waarvan wij deel uitmaken en die bewezen kunnen worden door herhaalbare proeven of vaststellingen, evenals de logisch daaruit voortvloeiende conclusies. Uit deze definitie kan men al dadelijk afleiden dat de stelling “God bestaat niet” geen wetenschappelijke conclusie kan zijn, aangezien men geen proefondervindelijke vaststellingen kan verrichten van iets dat niet bestaat en God bovendien per definitie niet onderworpen is aan de wetmatigheden die de waarneembare realiteit beheersen. Men kan enkel met onbewijsbare veronderstellingen werken in de aard van: “Als God bestaat, dan …”. Onze illustere Vlaamse filosoof, wijlen Etienne Vermeersch, maakte zich sterk om die onmogelijke wetenschappelijke krachttoer toch uit te halen in een “Opus Magnus” (sic). Misschien vond ook God dat het daarmee welletjes was geweest? Het masterplan om een einde te maken aan Gods filosofisch bestaansrecht stierf in ieder geval, samen met zijn auteur, een “zachte dood”.

In tegenstelling tot het niet-bestaan kan de mogelijkheid en zelfs de waarschijnlijkheid van het bestaan van God als de soevereine scheppende instantie onrechtstreeks maar logisch afgeleid worden, namelijk uit de complexe wetmatigheden die de ons bekende werkelijkheid beheersen (1). Maar daar blijft het grotendeels bij. Vermits Gods “Zijn” niet onderworpen is aan de beperkingen van tijd en ruimte, kunnen wij daar verder weinig of geen “wetenschappelijke” gevolgtrekkingen uit distilleren. Voor de wetenschap is en blijft de uiteindelijke oorsprong van al wat we kennen als een onbereikbaar hemellichaam, of een niet te lokaliseren “ontstaans- en/of beslissingscentrum”, waarvan het bestaan vermoed kan of mag worden, maar niet te bewijzen valt via een gekende wetenschappelijke methode.

Meer in het algemeen zien we dat een deel van de werkelijkheden die op ons inwerken niet of moeilijk wetenschappelijk te behandelen zijn, omdat zij behoren tot andere kennisdomeinen zoals intuïties, gevoelswereld, visies of geloof. Al wat daaronder valt is daarom niet automatisch “onwetenschappelijk”, want dat veronderstelt dat zij niet compatibel kunnen zijn met de wetenschap. Voor een wetenschappelijke beoordeling ervan is het aangewezen om genuanceerde kwalificaties te hanteren, zoals “niet (of moeilijk) wetenschappelijk aantoonbaar”, “wetenschappelijk (al of niet) waarschijnlijk” en dergelijke. Zulke domeinen maken niet alleen veelvuldig, maar zelfs noodwendig deel uit van onze menselijke denk- en beslissingsprocessen. Ook als “puur wetenschappelijk” aanvaarde redeneringen zijn dikwijls subtiel beïnvloed, geïnfecteerd, of eventueel zelfs gebaseerd op niet (of niet goed) onderbouwde vooronderstellingen of theorema’s. Objectief gesproken mag men enkel datgene “onwetenschappelijk” noemen, waarvan onomstotelijk kan aangetoond worden dat het onmogelijk te rijmen valt met de bestaande wetenschappelijke kennis. Aan de andere kant moeten we op onze hoede zijn voor het kwalificatielabel “wetenschappelijk bewezen”. Het wordt al te vaak gebruikt om met een goedkoop gezagsargument de eigen visies op te dringen, veelal verwijzend naar uitspraken van al of niet bekende autoriteiten.

Mirakelen

Rechtstreeks waargenomen tekenen van Gods bestaan noemen wij mirakelen. Voor de christenen zijn de voornaamste daarvan de geboorte van zijn Zoon en zijn verschijningen na zijn verrijzenis. Mirakelen behoren in de eerste plaats tot de religieuze geloofswereld en het zijn in ieder geval geen willekeurig herhaalbare fenomenen. Zij kunnen dus slechts in beperkte mate een bepaalde graad van wetenschappelijke aanvaardbaarheid verwerven, in de mate dat zij met bepaalde technieken aangetoond en vastgelegd kunnen worden, bv. via instrumenten, fotografie of goed gedocumenteerde medische vaststellingen. De katholieke Kerk heeft al redelijk wat mirakelen erkend, maar dat gebeurde telkens pas na uitvoerig en grondig onderzoek van bronnen, getuigenissen en vaststellingen. Een duurzame geloofsverkondiging is net zomin gediend met de verspreiding van goedkope mirakelverhaaltjes of fantasieën, als met een keurslijf van pseudowetenschappelijke kritiek.

Van wetenschappelijke kant overheerst (dikwijls terecht, maar niet altijd) de scepsis tegenover miraculeuze gebeurtenissen. Wetenschappelijk kan men enkel bevestigen dat mirakelen niet aan de gekende natuurwetten voldoen, maar men kan niet bewijzen dat er op die natuurwetten geen uitzonderingen mogelijk zijn, als gevolg van onbekende onderliggende natuurlijke oorzaken of bovennatuurlijke krachten (die de natuurwetten zelf beheersen). Echte wetenschappelijkheid wordt gekenmerkt door het besef van haar limieten. Hoe meer we weten, hoe meer we inzien wat we allemaal nog niet weten. De laatste jaren zien we ook vanuit wetenschappelijke hoek de belangstelling voor “paranormale” fenomenen toenemen. Vanuit godsdienstig oogpunt is het hoopgevend dat we o.a. uit het blijvend succes van erkende bedevaartsoorden (ook in deze hyper materialistische tijden) kunnen afleiden dat het geloof in mirakels allesbehalve dood is. Artikels op deze site waarin mirakels ter sprake komen, bieden de gelegenheid om meer in detail op dit onderwerp in te gaan (2).

Als we het bovenstaande toepassen op de onderwerpen die hier behandeld worden, moeten we vaststellen dat veel gereputeerde godsdienstexperten zich haast plichtmatig in het voornoemde pseudowetenschappelijke keurslijf wringen. Eigenaardig genoeg lijkt dit vooral het gevolg te zijn van een overdreven bezorgdheid voor hun wetenschappelijke reputatie. Als resultaat van die verkrampte benadering is een groot deel van de huidige theologische denkers, al of niet bewust, drukdoende met het zorgvuldig afzagen van de geloofstakken waarop zij gezeten zijn.

Onze materiële en existentiële vragen kunnen grotendeels door een combinatie van wetenschappelijkheid en humanisme beantwoord worden. Maar onze godsdienstige zoektochten leveren weinig op als we geen weloverwogen, maar ongecomplexeerd gebruik durven maken van de schat aan gelovige bevindingen en inzichten van 2000 jaar christendom. De combinatie aan ervaringen en logische uiteenzettingen die deze schat ons aanreikt, stelt ons on staat om veel dieper te graven en verder te reiken in de verborgen werkelijkheden die ons leven bepalen, dan een zogenaamd “strikt wetenschappelijke” aanpak. De waarschijnlijke juistheid (d.i. niet hetzelfde als de wetenschappelijke correctheid!) van onze gelovige standpunten wordt bevorderd door een gezonde zelfkritiek. Voor de uiteindelijke beoordeling ervan moeten we letten op hun coherentie binnen het geheel van onze opvattingen, de zingeving die ermee gepaard gaat en de toegevoegde waarde die zij aanreiken voor onze verdere geestelijke verrijking.

Engelen en visioenen

In plaats van de Bijbelse engelenverhalen bij voorbaat als vrome fabeltjes af te doen, kan men ze ook beschouwen als een vorm van dag- of nachtdromen of visioenen, die op de betrokken personen een even reële indruk nalaten als het dagelijks gebeuren om hen heen en waarvan de gevolgen nadien eventueel nog kunnen worden vastgesteld. Het verschil met hallucinaties is dat zij geen neveneffect zijn van aandoeningen of neurale defecten, maar spontaan voorkomen bij volledig gezonde, meestal geestelijk geïnspireerde mensen. Het gaat daarbij over louter geestelijke verschijnselen (miraculeus dus), die niet door de zieners zelf geproduceerd worden, maar die zich heel realistisch aan hen manifesteren. Ook onze tijden kennen voldoende voorbeelden van fysisch onverklaarbare ervaringen of toestanden, die o.a. soms “stigmata” tot gevolg hadden, zoals bij de beroemde Italiaanse Pater Pio.

Het is al te simplistisch om alle ervaringen van zieners of ziensters zonder meer af te doen als hersenschimmen of verzinsels. Maar aangezien men als buitenstaander zelf geen toegang heeft tot gelijkaardige gewaarwordingen, moet men deze verschijnselen wel met veel voorzichtigheid evalueren. Dit betekent o.a. dat de engelenverhalen in de Bijbel niet per sé allemaal het label “echt gebeurd” moeten krijgen. Het is heel aannemelijk dat binnen een gemeenschap met een sterk engelengeloof, oraal overgeleverde gebeurtenissen toegelicht of gaandeweg sterker in de verf werden gezet door er engelen bij te betrekken.

Laten we even een fictief voorbeeld geven om deze problematiek toe te lichten. Veronderstel dat rond het jaar 4000 n.C. per toeval een uitgave wordt teruggevonden van de volledig verloren gewaande Portugese krant O Século (1881-1977 n.C.). Daarin staat een artikel van de hoofdredacteur Avelino de Almeida, die beschrijft hoe hij ooggetuige was van het zonnewonder van 13 oktober 1917 in Fatima. Er duiken ook nog stukjes op van andere kranten, waarin verhaald wordt dat ongeveer 50.000 mensen gezamenlijk de zon hadden zien dansen, zoals de H. Maria voordien voorspeld had.  Na zorgvuldig bronnenonderzoek komt een team specialisten tot het besluit dat O Século een antiklerikale krant was, die algemeen als objectief werd beschouwd en dat de verschillende andere fragmenten een grotendeels overeenstemmend verhaal vertellen. Aangezien de onderzoekers niet geloven in mirakels en zij ervan uitgaan dat de betrokken journalist dit ook niet deed, is hun conclusie dat het hier een sciencefiction verhaal betreft. Hun verder onderzoek leidt dan tot de volgende “historische” beoordeling:

Het verhaal werd rond de tijd van Halloween door de auteur gepubliceerd samen met getrukeerde foto’s, met de bedoeling de verkoopcijfers van zijn krant op te krikken door sensatie te verwekken. (Een twintigtal jaren later deed ook Orson Welles iets vergelijkbaars met zijn nog altijd bekende radio hoorspel “War of the Worlds”). Het krantenbericht werd dadelijk door verschillende andere kranten overgenomen en van bijkomende bijzonderheden voorzien. Avelino de Almeida vond klaarblijkelijk zijn inspiratie in een prehistorische Engelse zonnecultus, waarvan Stonehenge het centrum was en die in zijn tijd nog werd beoefend door sommige druïdische sekten. Zijn verhaal werd vervolgens door christelijke geloofsgemeenschappen opgepikt en breed verspreid als authentiek. Ook nu nog vindt men hiervan sporen terug in verhalen die de ronde doen in conservatieve kringen.

Mag men deze beoordeling “wetenschappelijk” noemen? Waar liggen de denkfouten? Welke gelijkenissen vertonen de besluiten van dit fictief onderzoeksteam met een groot aantal conclusies van de hedendaagse historisch-kritische exegese? Aan onze lezers om hierover na te denken, of zich nader te informeren. Bij andere gelegenheden zal het belangrijk en boeiend onderwerp van bovennatuurlijke verschijnselen zeker nog aan bod komen (3).

(1) Hierover hebben we het in de bespreking van het boek van Jean Guitton en de gebroeders Bogdanov “God en de wetenschap. Op zoek naar het Metarealisme”, Ambo, Baarn, 1992.

(2) Op deze site worden enkel de onverklaarbare gebeurtenissen waarover ruim voldoende en degelijk bewijsmateriaal bestaat als mirakelen behandeld (of aanvaard als eventueel van miraculeuze aard). Hierbij gaat het vooral over feiten die door de Katholieke Kerk officieel als dusdanig werden aangenomen, hetzij op basis van rechtstreeks onderzoek door een gemachtigde kerkelijke autoriteit, hetzij op basis van goed bestudeerde en aanvaarde overleveringen, in het bijzonder deze uit het Oude en Nieuwe Testament.

(3) Zie o.a. het artikel De authenticiteit van de evangelische kindsheidverhalen, onder het thema “Bijbel”.

Één reactie op “Wetenschappelijkheid en godsdienstige verschijnselen”

Het is spijtig dat de gebeurtenissen in Fatima, vooral in 1917, niet méér bekend zijn. Niet alleen het zonnewonder, maar ook de gebeurtenissen er rond. Helaas komen ze ook zelden of nooit ter sprake in de Vlaamse media die verondersteld worden de katholieke leer te verspreiden en te ondersteunen, laat staan in de andere media.

Met mijn echtgenote heb ik 2 keer Fatima bezocht, en we hebben daar veel positiefs van meegedragen. Ik heb over de gebeurtenissen in Fatima heel wat gelezen. En het is overduidelijk dat Maria daar de wereld bezocht heeft, en ons aangemaand heeft ons te bekeren en te bidden, ook te bidden voor de zondaars.

Wie objectief is moet toegeven dat daar de hemel tussengekomen is in de gebeurtenissen. Niet alleen door de verschijningen aan de 3 herdertjes, maar ook door zaken die IEDEREEN kon controleren. Waaronder :
– het zonnewonder dat door de kinderen 3 keer voorspeld was, maanden op voorhand, en dat door de meer dan 50.000 aanwezigen op een indrukwekkende manier kon waargenomen worden op 13 oktober 1917 ’s middags, tot op 20 kilometer uit de buurt
– de knal die te horen was vóór elke verschijning ; tevens het waarnemen van een soort bewegende lichtbol telkens de verschijningen gingen aanvatten of gestopt waren
– een wit wolkje dat de aanwezigen konden zien boven het eikje waar Maria verscheen ; na de verschijningen bewoog het wolkje weg van die plaats
– de zienertjes leefden achteraf een leven dat totaal ingesteld was op hetgeen Maria hun gevraagd had. Lucia werd religieuze
– de zienertjes konden hun eigen lot voorspellen (vroege dood van Francesco en Jacinta, niet voor Lucia ; de onverwachte plaats waar Jacinta zou sterven)
– de voorspelling van de aanstaande dood van 2 zussen van Jacinta en de dood van 2 artsen en de dochter van één van hen
– de voorspelling van het einde van de eerste wereldoorlog en de aankondiging van een nieuwe grote oorlog als de mensen zich niet zouden bekeren ; die oorlog zou er komen na een “onbekend licht”, onder het pausschap van Pius XI (het noorderlicht werd inderdaad waargenomen in een uitzonderlijk groot deel van Europa, niet lang vóór het begin van de tweede wereldoorlog)
-,onverklaarbare genezingen in verband met de gebeurtenissen in Fatima.

Ik was ooit schriftelijk in discussie met atheïsten over dit onderwerp. Eén van hen dacht de verklaring voor het zonnewonder te kennen : de katholieken zouden reeds in 1917 de laser hebben uitgevonden, en daarmee het zonnewonder in de lucht geprojecteerd hebben ! … Daar moeten ze in de echte wetenschap eens goed mee lachen. In elk geval waren er in Fatima geen lasers of technici te zien, laat staan dat ze al kleurenlasers bij hadden voor het veelkleurige zonnewonder.

Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s