De Liefde van God voedt, geneest en redt onze ziel

Uit de brief van Pater Daniel XVI.34 van vrijdag 20 augustus 2021

Goede Vrienden,

De vierde eigenschap van ons mens-zijn is: wij zijn hartstochtelijk door God bemind. God houdt van ons niet “ondanks” onze zonde, maar we zouden bijna zeggen “omwille” van onze zonde, nl. omdat onze ellendige toestand Gods barmhartigheid nog meer aantrekt. In die zin spreekt de liturgie van Goede Vrijdag van “gelukkige schuld” (“Felix culpa”).  Over de “Dienaar van God”, de voorafbeelding van Jezus Christus, schrijft de profeet Jesaja: “Waarlijk, het waren onze ziekten die Hij op zich nam, en onze smarten die Hij heeft gedragen” (Jesaja 53, 4). Onze schuld en schande zijn een bijzondere uitdaging voor Gods goedheid en barmhartigheid.

Heel de Bijbel openbaart een God, Schepper en Vader, die oneindige liefde is. Deze liefde is het antwoord op alle vragen: waarom Hij de wereld heeft geschapen, alsook ons naar zijn Beeld, waarom Jezus mens geworden is en ons verlost heeft… De heilige Paulus begint zijn belangrijkste brief en de enige waarin hij systematisch zijn Evangelie uiteenzet, met de uitroep: “God heeft u lief” (Romeinen 1, 7). Het is zijn “kerygma”, de korte samenvatting van heel zijn boodschap, als de bazuinstoot van een heraut. Hij wil dat we ons opnieuw laten verwarmen door het vuur van Gods liefde en dat we herontdekken dat we Gods geliefden zijn. Dit “kerygma” herinnert ons aan de uitroep “wapenstilstand” aan het einde van Wereldoorlog II. Mensen liepen de straat op, omhelsden elkaar en begonnen te dansen. We wisten niet wat er eigenlijk gebeurd was of welke de voorwaarden waren, maar het voornaamste hadden we begrepen: de ellende van de oorlog is voorbij. En na het “kerygma” volgt dan de volledige uitleg: de catechese, waardoor de kernboodschap verdiept en verstevigd wordt. De heilige Johannes voegt er bij dat het God is die ons eerst heeft liefgehad.

De Schrift tracht met verschillende beelden Gods liefde uit te drukken. Laten we vooraf stellen dat deze beelden menselijke voorstellingen zijn die eigenlijk nog veel meer verhullen dan ze openbaren, maar ze geven een richting aan. “Met zachte leidsels heb Ik hen gebonden, met teugels van liefde” (Hosea 11, 4). “Gij die werd opgetild vanaf de moederschoot, en sinds de geboorte gedragen. Tot aan uw oude dag blijf Ik dezelfde… Ik zal u torsen, Ik zal u redden” (Jesaja 46, 3-4). Het is de vaderlijke liefde die op de oorsprong wijst, maar ook op goedheid en liefdevolle zorg, die bescherming en veiligheid biedt. Het oorspronkelijke Bijbelse beeld van “vader” (Hebreeuws: av) heeft niets met de moderne opvatting van een overheersend paternalisme te maken, maar alles met intieme verbondenheid en het innige verlangen om zich te geven. “Zal een vrouw haar zuigeling vergeten, een liefhebbende moeder het kind van haar schoot? En zelfs als die het zou vergeten, Ik vergeet u nooit! Zie in mijn handpalmen heb Ik u geschreven” (Jesaja 49, 15-16).  “Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u troosten” (Jesaja 66, 13). (Ezechiël 16, 62-63). Deze moederlijke liefde is tedere nabijheid, vergeving, medelijden. Ze komt voort uit haar binnenste, uit de plaats waar het kind ontstaan is. Daarom betekent hetzelfde Hebreeuwse woord “rechem” (mv. rachamim”) tegelijk moederschoot én barmhartigheid, medelijden. Dit suggereert dat we opnieuw moeten geboren worden “uit de moederschoot van Gods barmhartigheid”. Jezus zegt tot Nicodemus: “Gij moet opnieuw (Grieks: anoothen = ‘opnieuw’ én ‘vanuit de hoge’!) geboren worden” (Johannes 3, 7). Ook de barmhartige Vader uit de parabel van de verloren zoon, door Rembrandt geschilderd, schijnt zowel vaderlijke als moederlijke liefde uit te drukken.

Tenslotte is er de huwelijksliefde als beeld van de hoogste intimiteit en eenheid. “En zoals de bruidegom blij is met zijn bruid, zo zal uw God zich verblijden om u” (Jesaja 62, 5). Ezechiel, 16 vertelt ons op hartverscheurende wijze hoe God zorg draagt voor het joodse volk, voor ons, als zijn bruid. De baby trappelt in zijn bloed en God komt voorbij en zegt “Blijf leven, Blijf leven” (v. 6). Het kind groeit op en wordt een mooi meisje en God zegt: “Je werd de mijne” (v. 8). In een lange tekst wordt dan haar ontrouw beschreven. Ze gaat van minnaar naar minnaar, van de ene ellende naar de andere, maar God blijft haar trouw: “Ik zal mijn verbond met je gestand doen en je zult erkennen dat ik God ben. En wanneer je terugdenkt aan wat er gebeurd is, zul je van schaamte geen woord durven zeggen, omdat Ik je alles heb vergeven wat je misdaan hebt …” (Ezechiël 16, 62-63).  “Ik neem u als mijn bruid voor altijd, als mijn bruid in recht en gerechtigheid, in goedheid en erbarming, als mijn bruid in onverbrekelijke trouw” (Hosea 2, 21-22). Dit beeld is eigenlijk in heel de Bijbel aanwezig, vanaf de lofzang van Adam op Eva (Genesis 2, 23) tot aan de vurige verzuchting aan het einde van het boek van de Openbaring (22,17): “De Geest en de Bruid zeggen: Kom”. Precies in het midden van de Bijbel vinden we het “Lied der Liederen”, dat we Hooglied noemen. Voor een profane lezer is dit mogelijk niet meer dan een verzameling van sensuele liefdesverklaringen van een smoorverliefde, zoals je op bierviltjes in een studentencafé kunt lezen. De grote rabbi Aquiba (einde 1e eeuw) stelde echter dat het Hooglied het heiligste van alle geschriften is omdat het handelt over de intieme eenheid van God met zijn volk. Voor de joden is dit lied een van de vijf feestrollen (megillot). Zij zingen het op het grootste feest, het Paasfeest: “Ik ben van mijn lief en mijn lief is van mij” (Hooglied 5, 3; 2, 16; 7, 11). “Draag mij als een zegel op uw hart, als een zegel aan uw arm” (8, 6). In die zin heeft ook Jezus voortdurend gelijkenissen gebruikt over bruiloftsfeesten om ons uit te nodigen in te treden in de intimiteit van de Drie-ene God.

Ons levensdoel is niets minder dan dit ultieme geluk. Doorheen de eeuwen hebben de grootste mystiekers hun godservaringen uitgedrukt aan de hand van het Hooglied. Wanneer Johannes van het Kruis († 1591) letterlijk aan het wegteren is in een vuil cachot, een voormalige WC, schrijft hij zijn sublieme commentaar op het Hooglied. Het afsterven van de aardse liefde en gehechtheden in hem, laat de goddelijke liefde geboren worden. De sensuele beelden van het Hooglied zijn een aanleiding om iets weer te geven van de hoogste goddelijke liefdeservaring. Voor deze liefdeseenheid met God zijn we geschapen.

Ziedaar de “Blijde Boodschap”, het “Goede Nieuws”. Het is echter niet voldoende dat we dit alles met ons verstand begrijpen, deze boodschap moet ons leven zelf worden. Dit vraagt een openheid van onszelf. Hiervoor is een vrije beslissing nodig om te erkennen dat we gewond en ontwricht zijn, waaruit we ons met eigen krachten niet kunnen redden. Er is een welbewuste beslissing vereist om ons te wenden tot Gods barmhartigheid en Jezus’ verlossende liefde en opnieuw geboren te willen worden. Met onze armoede en kleinheid dienen we vol vertrouwen naar Jezus te gaan en Hem Redder laten zijn. Dit is het wonder van onze genezing en redding, wat uiteindelijk een werk van Gods genade is. “Hartstochtelijk bemind zijn door God” dient niet slechts door te dringen tot ons verstand maar tot ons hart. Wie zich echt bemind weet, kan veel, ja alles aan. Daarover willen we volgende week verder nadenken.

P. Daniel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s